ARCHIEF CD-RECENSIES SEPTEMBER 2007

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Firefall Acoustic “Colorado To Liverpool – A Tribute To The Beatles”Keith Miles “What It Was They Became”The Brains Behind Pa “Better For The Deal”Lyle Lovett And His Large Band “It’s Not Big It’s Large”Stacie Collins “The Lucky Spot” - David Bavas “Songs Of Love, Death, And Trains”Andrew Rose Gregory “The Lost Year”Luke Winslow-King “Luke Winslow-King” - Tom Gillam “Never Look Back”Joe Henry “Civilians”Hank Shizzoe & The Directors “Headlines”Danny & Dusty “Here’s To You Max Morlock” - Michael Reno Harrell “The River”Eliza Gilkyson “Your Town Tonight” - Steve Brosky “Chronicles”Jason Eady & The Wayward Apostles “Wild-Eyed Serenade”Wildcards “Raising Hell”The Cannery “There Is Life In This Old Land” - Brent Amaker & The Rodeo “Brent Amaker & The Rodeo” Dale Boyle “Small Town Van Gogh”White Ghost Shivers “Everyone’s Got ‘Em”Ben Vaughn “Vaughn Sings Vaughn Vol. 1 & Vol. 2” - Ben Lee “Ripe”Donavon Frankenreiter “Recycled Recipes” - Various Artists “Luckenbach! Compadres!”Cory Morrow “Live From Austin, TX” - Kinky Friedman “Live From Austin, TX”The Polyphonic Spree “Live From Austin, TX” (DVD) - Jerry Lee Lewis “Live From Austin, TX” (DVD)Jude Johnstone “Blue Light”Kevin Ayers “The Unfairground”Walt Wilkins & The Mystiqueros “Diamonds In The Sun”Steve Dawson “We Belong To The Gold Coast”Iain Matthews “Contact” - Derailers “Under The Influence Of Buck”Trevor Alguire “As Of Yesterday”Kane Welch Kaplin “Kane Welch Kaplin” - Steve Earle “Washington Square Serenade”Stars & Garters “Stockton Boulevard” - Dave Gleason’s Wasted Days “Just Fall To Pieces”Mark Olson “The Salvation Blues”Greg Brown “Yellow Dog”Any Trouble “Life In Reverse”Jason Plumb & The Willing “Beauty In This World” - Jackson Taylor “Dark Days”

 

FIREFALL ACOUSTIC

Colorado To Liverpool

(A Tribute To The Beatles)

(Winged Horse Records)

(2,5) J J J

 

 

Vooringenomenheid, het is een verdomd gevaarlijk gegeven als je over muziek dient te schrijven. Bij het lezen van de ondertitel van deze plaat vormden zich voorzichtig al onze eerste bezwaren ertegen. Wie zat er nu in hemelsnaam nog te wachten op zoiets? Een eerbetoon aan de wellicht grootste aller popgroepen? Dat kon niet anders dan tegenvallen, dachten we. Niet dus!

Eerlijk is eerlijk, bij momenten slagen Jock Bartley en Steven Weinmeister van Firefall er wel degelijk in om ons te bekoren met hun akoestische vertolkingen van liedjes van de Fab Four. Vooral hun benadering van wat minder bekende dingen en niet meer zo vaak op de radio te horen songs werkt echt. De twee zijn dan ook zelf Beatles-fans in hart en nieren. En ook zij stonden aanvankelijk een beetje weigerachtig tegenover een album vol met covers van het materiaal van hun idolen. Maar bezoekers van een aantal optredens, waar ze deze songs op verzoek brachten, bleven er maar om vragen en dus bezweken ze uiteindelijk toch. Het begon allemaal met één enkel radio-optreden in Denver en mondde uiteindelijk dus uit in een hele plaat.

Sterkste momenten daarop zijn wat ons betreft een door John Magnie van een heel mooie accordeontoets voorziene versie van “Girl”, het door gastmuzikant Christian Teele op tablas, udu en dergelijke voorzichtig Oosters ingeklede “Within You Without You”, een bluesy lezing van de hit “Come Together” en George Harrisons tot een fijn staaltje rootspop herwerkte “I Need You”. Andere liedjes als “Norwegian Wood”, “Eleanor Rigby”, “You’re Gonna Lose That Girl”, “Here Comes The Sun” of “No Reply” deden het voor ons dan weer niet echt. Wellicht omdat we maar moeilijk afstand konden nemen van de an sich al perfecte originele uitvoeringen ervan. Maar het had dus al bij al allemaal véél erger gekund…

Firefall

 

 

We vallen hier even in herhaling met onze al eerder verschenen recensies - respectievelijk in september 2006 en januari 2007 - van twee prima platen, die nu dankzij de goede zorgen van het Zweedse Hemifrån aan een nieuwe Europese kans toe zijn.

 

 

KEITH MILES

“What It Was They Became”

(House Of Trout)

(4,5) J J J J J

 

 

 

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: “What It Was They Became” van Keith Miles staat voor singer-songwritermateriaal van het allerbeste soort. Al na één enkele luisterbeurt besef je waarom vaklui in de States hem al vergeleken met genregrootheden als een Guy Clark en een John Prine. De uit Virginia afkomstige, maar dezer dagen vanuit Nashville actieve Miles is immers een fenomeen, een echte meester-verteller. Over een muzikale lappendeken bestaande uit flarden country, bluegrass, swing en blues heen drapeert hij als een oude rot in het vak zijn pakkende verhalen. Daarbij weet hij zich ondermeer geruggensteund door fantastische muzikanten als Russ Pahl (gitaren, banjo, steel, dobro, jaw harp), Rick Lonow (drums, percussie), Dennis Crouch (bas), Jim Hoke (klarinet, accordeon, fluiten, harmonica, jaw & autoharp), Jack Sundrud (gitaren, elektrische bas, backing vocals), Steve Allen (gitaren) en Tony Harrell (keyboards). Zij zorgen ervoor, dat de epische hoogstandjes van Miles ook van een passende muzikale omkadering worden voorzien. Het resultaat zijn een aantal nummers waar je als fijnproever duim en vingers naar aflikt. Vooral het rustig voortkabbelende “Nolichucky Idyll” is een echte wereldsong. De manier waarop Miles daarin terugblikt op ooit tijdens een zomerse bijeenkomst bij de oever van een plaatselijke rivier door hemzelf en een stel vrienden gedane beloften spreekt tot de verbeelding. “Promises we knew we’d never keep,” stelt hij daarin door vergane tijd bijgestaan nuchter vast. In het leven loopt nu eenmaal niet altijd alles zoals je ’t droomt… In songs als deze bewijst de beste man zich zondermeer als de muzikale evenknie van de grote Kerouac.

Andere regelrechte delicatessen die hier zeer zeker ook een eervolle vermelding verdienen zijn het in bluegrass gedrenkte “Hickory Tree”, waarin Miles wijst op het belang van het op ouderwetse wijze overleveren van muzikale tradities, het aan het ingetogen werk van knapen als een Kristofferson en een Shaver herinnerende “Job To Do”, de prachtige road song “Highway 81” en de al even knappe, bluesy Mickey Newbury-cover “Just Dropped In”, meteen ook het enige niet-Miles-nummer op deze verbluffend mooie plaat. Een geheide kandidaat voor ons eindejaarslijstje! Bloedmooi!

Keith Miles

CD Baby

 

 

THE BRAINS BEHIND PA

“Better For The Deal”

(Grass Magoops Records)

(3,5) J J J J

 

 

Het ís en blijft een geweldige groepsnaam! De vrouw des huizes heeft er alvast steeds weer een brede glimlach voor over… The Brains Behind Pa, je moet er maar op komen!

De groep ontstond in 2000 toen singer-songwriter Bill Price en gitarist Gordon Bonham de handen in elkaar sloegen en even later ook multi-instrumentalist Garry Bole aan boord haalden om samen een akoestisch trio te vormen. In 2001 blikten de drie hun debuut “Old Hat” in. Dat was een zeven songs tellende collectie traditionele folk- en bluesliedjes en je zou die CD kunnen zien als de aanloop naar wat wel volgen móest. We hebben het dan uiteraard over een plaat met (meer) eigen materiaal. Voor die er kwam werden evenwel met Jeff Chapin en Jeff Stone respectievelijk eerst nog een drummer en een bassist aangetrokken.

En met “Better For The Deal” is er nu dus eindelijk die nieuwe plaat. Daarvoor droeg Bill Price alle songs zelf aan. En het moet gezegd, de man heeft een uitstekend liedje in de vingers en blijkt bovendien van heel wat markten thuis. Zijn songmateriaal is een ware smeltkroes van invloeden. Het kan hier bij momenten echt alle kanten uit. Van roots pop (de pianoballade “Silver Spade”) en rock (“Ship Of State”, “Mud Room”) tot Americana (“Look Out Below”), (alt.) country (“The Other Side Of The River”, “Drowning Of Thirst”), blues (“Lookin’ Crooked”, “Those Drier Side Blues”), cajun (“The Point Of Departure”), enfin, je zegt het maar! Het vijftal lijkt echt wel zo’n beetje alles aan te kunnen. En met die Price heeft het niet alleen een geweldige songwriter in huis, maar ook een prima zanger. Dat nasale van z’n stem, het deed ons bij momenten een beetje denken aan Dan Stuart van Green On Red.

Hoogst interessant spul!

The Brains Behind Pa

 

 

LYLE LOVETT AND HIS LARGE BAND

“It’s Not Big It’s Large”

(Lost Highway / UMG)

(3,5) J J J J

 

 

Kwaliteit went! Een eerste vaststelling van onzentwege naar aanleiding van de nieuwe CD van Lyle Lovett. Voor die tweede voor Lost Highway trommelde de Texaan zijn Large Band weer eens op. In het uitgelezen gezelschap van Jim Cox, Viktor Krauss, James Gilmer, Russ Kunkel, Harvey Thompson, Steve Marsh, Vinnie Ciesielski, Charles Rose, Jason Eskridge, Sweet Pea Atkinson, Harry Bowens, Francine Reed, John Hagen, Gene Elders, Keith Sewell en Mitch Watkins en in een productie van Billy Williams tekent hij voor één van zijn meest eclectische platen tot op heden. Geopend worden de feestelijkheden met een bijzonder vitale instrumentale benadering van Lester Youngs “Tickle Toe”. Via de uit gelijke delen gospel en blues bestaande medley van “I Will Rise Up” en “Ain’t No More Cane” gaat het vervolgens richting het behouden swingende “All Downhill (From Here)”, de enigszins pessimistische kijk van een nog prille vijftiger op wat er hem in zijn verder leven mogelijk nog te wachten staat. Dan zijn er achtereenvolgens de intimistische, door Paul Franklin van een mooi steelkleurtje voorziene Americana van “Don’t Cry A Tear”, het lichtjesTex-Mex getinte “South Texas Girl”, het weemoedige “This Traveling Around”, de springerige country van “Up In Indiana” (Waarvan we verder ook nog een akoestische versie geserveerd krijgen!), de zalige ballade “The Alley Song”, het naar jazz, blues en nachtelijk vermaak tot in de vroege uurtjes geurende “No Big Deal”, het gospeleske “Make It Happy” en een onwaarschijnlijk mooie lezing van de traditional “(There) Ain’t No More Cane (On The Brazos)”. Mooi spul allemaal, dat zeker, maar eenzelfde indruk als Lovetts eerste plaat met de Large Band maakte het op ons alvast niet.

Lyle Lovett

Lost Highway

 

 

STACIE COLLINS

“The Lucky Spot”

(REV Records)

(4) J J J J

 

 

Geboren als “Okie from Muskogee” en getogen op een dieet van honky-tonk en rock & roll in achtereenvolgens Bakersfield en Hollywood, geen wonder dat deze fulminante tante op haar in een productie van ex-Georgia Satellites-kopstuk Dan Baird ingeblikte tweede CD “The Lucky Spot” amper iets verkeerd doet! Dezer dagen actief vanuit of all places Nashville staat de bevallige Stacie Collins eigenlijk zo ongeveer voor alles wat je nu net niet van daar uit verwacht. Tien songs lang blaast ze je met haar energieke zang en haar gemene behandeling van de blues harp compleet van de sokken. Dit twangt, rockt en stompt, dat het een lieve lust is! En namen die je vrijwel onmiddellijk voor de geest komen zijn dan ook die van de (jonge) Stones, de Faces, de Black Crowes, de Georgia Satellites, Jason & The Scorchers en andere rock acts, die er in het verleden al niet voor terugdeinsden om op behoorlijk intieme wijze te flirten met blues, roots en country.

Laat je net als ons verleiden door songs als de als bezeten aan hun kettingen snokkende, lekker vettige roadhouserockers “It Ain’t Love” en “Long Gone”, het haar country roots nog alle eer aandoende titelnummer, het soulvolle “Sorryville” of het tot op het bot met de blues doordrongen “Show Your Mama” en val onvoorwaardelijk voor deze Stacie Collins! Drie letters volstaan om het gevoel samen te vatten, waarmee ze ons al na één enkele beluistering van “The Lucky Spot” achterliet: “Wow!” Onze dwingende boodschap dan ook aan alle in het genre actieve concertorganisatoren: “Snel naar hier halen, deze brok dynamiet! U zal het zich niet beklagen!”

Stacie Collins

CD Baby

 

 

Om aan de naar goede jaarlijkse gewoonte weer gestaag aanzwellende toestroom van eindejaarsreleases het hoofd te kunnen bieden zullen we er hier de eerstvolgende dagen enkele korte maar krachtige tussenspurtjes uitpersen. Het eerste wijden we aan drie nog relatief jonge Amerikaanse singer-songwriters, die hier tot enkele dagen geleden nog werden ondergebracht in de categorie “Nog nooit van gehoord!”

 

 

DAVID BAVAS

“Songs Of Love, Death, And Trains”

(Proud Mountain Records)

(3) J J J

 

 

De eerste in het rijtje is David Bavas. Die aan de voet der Appalachen opgegroeide, maar dezer dagen in Seattle verblijvende zingende songsmid is met “Songs Of Love, Death, And Trains” al aan zijn tweede CD toe. Zijn in 2005 verschenen titelloze debuut leidde al tot een showcase op het vermaarde SXSW-festival en een uitnodiging voor NPR’s All Songs Considered. Zijn door de ondermeer van zijn werk met de Shins, Cat Power en The Minus Five bekende Kevin Suggs ingeblikte nieuwe leert waarom. Bavas schrijft enigszins aparte, met indie folk flirtende Americana songs, die hij met zijn aangename lichthese stem zeer overtuigend weet te brengen. Dat maakt dat deze liedjes over liefde, de dood en treinen uitermate geschikt blijken voor consumptie door een wat breder publiek. Zowel liefhebbers van knapen als een Tom Waits of een Grant-Lee Phillips als die van alternatievere acts als Iron & Wine of Will Oldham of gewoon Americana tout court zullen zich hier absoluut geen buil aan vallen. Onze luistertip: de single “All The Trains”.

David Bavas

CD Baby

 

 

ANDREW ROSE GREGORY

“The Lost Year”

(Gregory Residence)

(3) J J J

 

 

Nummer twee is Andrew Rose Gregory. Ook diens “The Lost Year” is al zijn tweede CD. Hij wordt erop bijgestaan door zijn broers Evan (drums, keyboards, glockenspiel, zang) en Michael (zang) en Will Farmer (bas, gitaren). Samen tekenen ze voor tien liedjes die door hun sfeer en hun minimalistische benadering regelmatig het werk van de jonge Tom Waits en dat van Rickie Lee Jones in herinnering roepen. ’n Beetje pop, ’n beetje folk, ’n beetje jazz. Ideaal voor in de wat latere uurtjes. Onze luistertip: het knappe “Bad Habit”.

Andrew Rose Gregory

Andrew Rose Gregory’s MySpace

CD Baby

 

 

LUKE WINSLOW-KING

“Luke Winslow-King”

(Fox On A Hill / Earthwork)

(3,5) J J J J

 

 

En dan is er nog nummer drie: de uit Michigan afkomstige Luke Winslow-King. Met hem maakten we onlangs kennis op een ons door het Earthwork-label toegespeelde verzamelaar. En zijn titelloze debuutplaat is meteen veruit de beste van de drie hier door ons in één adem besproken albums. Met tien in nog geen vijfentwintig minuten afgehaspelde intimistische liedjes wist de beste man ons meteen voor zich te winnen. Zijn op de akoestische, viool, cello, glockenspiel, bas en orgel begeleide folk(pop)liedjes deden ons vrijwel meteen denken aan Nick Drake zaliger. Zij het dat Winslow-King een stuk minder zwaar op de hand is. Drake, maar dan wel na een geslaagde kuur met anti-depressiva, zeg maar. ’s Mans sfeervolle miniatuurtjes doen wat ons betreft nu al reikhalzend uitkijken naar meer. Mission accomplished dus! Onze luistertip: het herfstige “Flood Waltz”.

Luke Winslow-King op MySpace

Earthwork

 

 

TOM GILLAM

“Never Look Back”

(Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

Het kan verkeren! Einde maart 2006 leek er door drie hartaanvallen nog een vroegtijdig einde te zullen gaan komen aan de met zijn derde CD “Shake My Hand” in een flinke stroomversnelling geraakte carrière van de Amerikaanse rootsrocker Tom Gillam, maar nu, amper 18 maanden later, lijkt alle ellende alweer volledig vergeten en pakt de man uit met zijn zondermeer beste CD tot op heden. Het veelzeggend getitelde “Never Look Back” is een plaat vol met aan catchy hooks opgehangen roots rock en Americana songs. In het middelpunt van de belangstelling staan daarin vrijwel voortdurend de heerlijk gruizige stem en de elektrische en de slide van Gillam zelf. Al mag het werk van diens vaste begeleiders van Tractor Pull ook zeker niet onderschat worden. Craig Simon (elektrische en akoestische gitaren, banjo, zang), Joe Carroll (mandoline, akoestische, bariton- en mandogitaar), Tim McMaster (bas, zang) en Dave Latimer (drums, percussie) en gasten Lee Schusterman (piano, keyboards), Dave Falciani (piano) en Ben Arnold en Joseph Parsons (beiden zang) leggen als het ware de fundamenten, waarop Gillam een flinke voorliefde voor het (rootsy) gitaarrockgebeuren van de zeventiger jaren mag etaleren. Dat doet hij in grote lijnen met drie soorten liedjes. Ruimschoots in de meerderheid zijn de recht-toe-recht-aan-rockertjes genre “Another Break-Up Song”, het titelnummer en het superaanstekelijke “Devil In My Heart”, songs, die zich al na één enkele beluistering met geen stokken meer uit je onderbewustzijn laten verdrijven. Anderzijds zijn er ook een stel enigszins somber aandoende ballades à la “To Hell With It All” en enkele grotendeels akoestisch gehouden deuntjes zoals “Medicine Train”. Hét prijsnummer van “Never Look Back” is wat ons betreft zondermeer “Where Is Bobby Gentry?”, waarin Gillam zich tegen een aan die van “Ode To Billy Joe”, het bekendste nummer van die mysterieuze countrymadam uit de sixties, verwante achtergrond afvraagt, wat er in godsnaam ooit met haar gebeurde. Ze verdween na die ene wereldhit immers zo goed als in het niets.

Tom Gillam

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

JOE HENRY

“Civilians”

(ANTI-/PIAS)

(5) J J J J J

 

 

Joe Henry toonde zich de laatste jaren danig actief als producer, dat je er bijna zou door vergeten, dat hij in de eerste plaats een echte klasbak van een singer-songwriter is. Gelukkig staan in onze platenkast stuk voor stuk uitstekende albums als “Talk Of Heaven”, “Murder Of Crows”, “Shuffletown”, “Short Man’s Room”, “Kindness Of The World”, “Trampolene”, “Scar”, “Fuse” en “Tiny Voices” om ons daar bij tijd en wijle nog eens even aan te herinneren. Door Henry enkel nog te zien als de man achter vaak ook al niks minder dan magistrale platen van ondermeer Elvis Costello, Aimee Mann, Ani DiFranco, Solomon Burke en recent nog Loudon Wainwright III zouden we hem imers flink tekortdoen. En met zijn nieuwste, het zopas verschenen “Civilians”, kregen we er enkel nog een goede reden bij om hem uit volle borst aan te prijzen. Die met de hulp van ondermeer de legendarische Van Dyke Parks en jazzgitarist Bill Frisell ingeblikte plaat is er één, die met name bij liefhebbers van klassieke singer-songwriters als een Tom Waits, een Bob Dylan, een Leonard Cohen of een Randy Newman in goede aarde zou moeten kunnen vallen. Vooral de eerste van dat viertal lijkt ons een uitstekende referentie voor wat Henry hier klaarmaakt. ’s Mans songs zijn in al hun gesofisticeerde eenvoud even beklemmend als die van Waits en vormen als het ware de sleutels tot een wel bijzonder fascinerend persoonlijk universum. Op een dergelijk meesterwerk hoogtepunten trachten aan te wijzen is eigenlijk je reinste onzin, maar we doen hier toch even een voorzichtige poging. Al was het alleen al maar, omdat Henry’s versie van het ook al op Loudon Wainwrights “Strange Weirdos”, de soundtrack bij “Knocked Up”, verschenen “You Can’t Fail Me Now” zulk een impact op ons had, dat we nadien de haartjes op onze armen even terug glad moesten gaan kammen. En dan hadden we het nog niet over het ongemeen soulvolle “Love Is Enough”, de qua ritmiek voorzichtig aan de hier al eerder genoemde Waits herinnerende achterbuurtenjazz van het titelnummer, de diep onder de huid kruipende pianoballade “Civil War” en “Scare Me To Death”, samen met “Shut Me Up” één van de weinige momenten hier waarop Henry’s Americanaverleden nog even sluimerend aanwezig blijkt.

Verplichte kost zondermeer, dit juweeltje!

Joe Henry

ANTI-

PIAS

 

 

HANK SHIZZOE & THE DIRECTORS

“Headlines”

(Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

De jongste jaren vormen Europese Americana acts van uitstekende kwaliteit al lang geen uitzonderingen meer, maar toen de Zwitserse snarenvirtuoos Hank Shizzoe in ’94 debuteerde met het uitstekende “Low Budget” was dat wel even anders. Het feit dat de man toen al uitpakte met materiaal dat moeiteloos een vergelijking met de Amerikaanse concurrentie kon doorstaan, maakte hem indertijd tot een witte raaf. Nu, goed dertien jaar en zes platen verder, geniet hij kringen van insiders dan ook terecht wereldwijd een uitstekende repuatie als zanger, songsmid en muzikant. Vooral zijn bedrevenheid op zo ongeveer alles wat snaren heeft, zal zo menig een Amerikaanse collega groen van nijd doen uitslaan. Van de gewone elektrische en akoestische tot de National of de lap steel, van slide tot bottleneck, van mandoline tot bouzouki, dobro, banjo, ukelele en bas, voor Shizzoe kennen ze geen van alle nog geheimen. Voeg daar nog aan toe, dat hij ook achter een drumstel, piano, orgel of keyboards best aardig uit de voeten kan, gezegend is met een aparte stem die het midden houdt tussen die van Ray Wylie Hubbard, JJ Cale en Mark Knopfler en beschikt over een gouden handje, daar waar het het schrijven van songs betreft, en je beseft, dat je hier wel degelijk met een heus fenomeen te maken hebt. Mocht Shizzoe in pakweg Austin of Nashville hebben gewoond in plaats van in Bern, dan zou zijn naam ondertussen wellicht veel regelmatiger over eenieders lippen gaan dan dat top heden het geval was. Maar goed, misschien komt daarin wel verandering met “Headlights”, zijn zevende CD en zijn eerste voor het Duitse Blue Rose Records. Met uitzondering van een cover van het op Dylans “Basement Tapes” gevonden “Yea! Heavy And A Bottle Of Bread” brengen Shizzoe en zijn maats van The Directors daarop uitsluitend eigen materiaal. ’s Mans songs vallen vrijwel zonder uitzondering onder de ruime noemer Americana, al is het dan ook zó dat het ene liedje hier al wat meer richting blues durft te neigen en het andere eerder folk dan wel country klinkt. Wat daarbij opvalt, is de constante kwaliteit van het gebrachte materiaal. Hoogtepunten zat hier! We noemen bijvoorbeeld het als eerbetoon aan de grote Ali Farka Touré opgevatte desert bluesje “The Farmer’s Song”, het over een lekkere orgelbijdrage aanstekelijk rootsrockende “Are We There Yet?”, de over een funky slide en dito mondharmonica neergelegde shuffle “Hey Now Say Now”, het ingetogen bluesy folkdeuntje “49 Days And 50 Nights”, het retestrak voortdenderende “Headline” en “Monochrome”, een met twee gitaren live ingeblikt liefdesliedje.

Straf spul zondermeer!

Hank Shizzoe

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

DANNY & DUSTY

“Here’s To You Max Morlock”

(Live In Nuremberg)

(Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Verdomd slimme zet van Edgar Heckmann en de zijnen van Blue Rose Records! Dit zou op termijn immers wel eens een historisch document kunnen gaan blijken. Als je bedenkt, dat Dan Stuart, Steve Wynn en kompanen er na het legendarische “The Lost Weekend” ruim 22 jaar over deden om eerder dit jaar eindelijk met een tweede plaat op de proppen te komen en dat die twee platen live nauwelijks enige promotie kregen, dan zou het best wel eens kunnen, dat het op 19 april van dit jaar in het K4-centrum in het Duitse Nürnberg ingeblikte “Here’s To You Max Morlock” voor velen de enige kans zal blijken om het illustere gezelschap eens “live” aan het werk te zien en te horen. Dat twee CD’s en één DVD omvattende setje werd met liefst zeven camera’s opgenomen en staat eveneens garant voor een uitstekende geluidskwaliteit. Stuart (zang en gitaar), Wynn (zang, gitaar en harmonica), Chris Cacavas (keyboards, gitaar, zang), Stephen McCarthy (gitaar, lap steel, zang), Bob Rupe (bas, zang) en Johnny Hott (drums, zang) etaleren ruim 110 minuten lang een uitstekende vorm en werken zich doorheen een ruime selectie songmateriaal uit de beide Danny & Dusty-platen. “Cast Iron Soul” wordt er met uitzondering van “Thanksgiving Day” volledig door gedraaid, “The Lost Weekend” minus “Send Me A Postcard” en “Knockin’ On Heaven’s Door” eveneens. Daardoor wordt dit geheel meteen ook zeer interessant voor allen die dat laatste album nog niet in huis zouden hebben. Je betaalt er via het internet tegenwoordig immers al snel prijzen tot ruimschoots over de 100 dollar voor. En da’s nog niet alles, want met “Honey In My Tea” bevat dit schijfje ook nog eens een niet eerder verschenen nummer. Veel waar voor je geld dus! En dat kunnen we van hier uit natuurlijk alleen maar toejuichen!

(Voor wie zich nog mocht afvragen, wie die Max Morlock uit de titel nu eigenlijk wel is, willen we nog snel even meegeven, dat het daarbij gaat om een oude plaatselijke voetbalheld. Leverde meteen ook een zeer fraaie cover op! ’t Is maar dat je het weet…)

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

MICHAEL RENO HARRELL

“The River”

(Dancing Bear Records)

(3,5) J J J J

 

 

Achtste CD ook alweer van deze sympathieke Amerikaanse singer-songwriter. En opnieuw een heel erg goede ook. De vijftien nummers erop maken andermaal duidelijk, waarom in besprekingen van zijn werk regelmatig de namen van John Prine en Guy Clark als referenties opduiken. Net als die twee grootheden uit het genre is immers ook Harrell een echte kanjer van een storyteller. En veel heeft hij niet nodig om tot zo’n verhaal te komen. Dat bewijst bijvoorbeeld al het openingsnummer van “The River”, het eerder traditioneel opgevatte countrydeuntje “Hey, Annie”, geboren uit een met horten en stoten gevoerd GSM-gesprek met zijn wederhelft. En dat liedje zet meteen ook de toon voor heel wat van het nog te volgen werk. Wij zouden aan de namen van Prine en Clark daarom graag nog die van Merle Haggard, Willie Nelson, Don Williams en Tom T. Hall willen toevoegen. Nogal wat van de liedjes op “The River” ademen immers een typisch jaren zeventig countrysfeertje uit. Dingen als “If I Ain’t Got You”, “Gone Tomorrow Night”, “For Gary” of “A Little More You” bijvoorbeeld horen wat ons betreft duidelijk in hetzelfde vakje thuis als pakweg een “City Of New Orleans”, een “Okie From Muskogee” of een “Some Broken Hearts Never Mend”. Aanstekelijke countryliedjes met andere woorden, die ook een groter, zij het ondertussen ook al wat ouder publiek, zouden moeten kunnen aanspreken. Daar tegenover staan eerder onder de noemer Americana en folk vallende nummers als “Tennessee Border”, het titelnummer, “Days Inn Motel Sign”, “Lucinda” en “Home”. Die zullen het op hun beurt wellicht een stuk beter doen bij de liefhebber van klassiek (country) singer-songwritermateriaal. Op die manier biedt “The River” dus eigenlijk gewoon het beste van twee werelden. En dat Harrell bovendien ook nog eens een echte “mooizinger” blijkt, is uiteraard alleen maar mooi meegenomen.

Michael Reno Harrell

CD Baby

 

 

ELIZA GILKYSON

“Your Town Tonight”

(Red House Records / Music & Words)

(4) J J J J

 

 

Onlangs verscheen in de “Live From Austin, TX”-reeks van New West al een (DVD-)deeltje gewijd aan Eliza Gilkyson en nu pakt ook haar reguliere werkgever Red House Records uit met een live-CD van de zingende liedjesschrijfster: “Your Town Tonight”. Het album bevat zeventien tracks, waaronder covers van het door haar vader Terry geschreven folkjuweel “Greenfields”, het ook al van zijn repertoire stammende “Bare Necessities” en Bob Dylans “Jokerman”.

De opnamen voor het album werden gemaakt in het vermaarde Cactus Cafe in Austin. Enkel “Tender Mercies”, opgenomen in 2005 in het Circle Of Friends Coffeehouse in Franklin, MA, en “Hard Times In Babylon”, ingeblikt voor de 4FM Roots Show van NPS Radio, vallen wat dat betreft uit de toon. Voor het eerste nummer werd Gilkyson bijgestaan door Robert McEntee op de elektrische, voor het tweede deed ze een beroep op Jeff Plankenhorn en zijn akoestische. In Austin wist ze zich dan weer geruggensteund door Mike Hardwick (elektrische gitaar en dobro), Glenn Fukunaga (elektrische en akoestische bas), Cisco Rhyder (drums, percussie en zang), Mark Hallman (shaker en zang) en Ray Bonneville (harmonica).

“Your Town Tonight” is al bij al een erg leuke aanvulling voor de collectie van volledigheid nastrevende liefhebbers van singer-songwritermateriaal. Gilkyson toont zich hier immers ruim een uur lang van haar allerbeste kant. En met songs als “Dark Side Of Town”, “Rose Of Sharon”, “Tender Mercy”, “Tennessee Road”, “Hard Times Of Babylon”, “Lights Of Santa Fe” en nog een handje vol anderen op de setlist is natuurlijk ook absoluut niets mis.

Eliza Gilkyson

Red House Records

Music & Words

 

 

STEVE BROSKY

“Chronicles”

(Darktown Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

“Chronicles” bleek tot onze grote verbazing al de zesde CD van de vanuit Allentown, Pennsylvania actieve singer-songwriter Steve Brosky. We hebben ons hier gelijk al na de eerste beluistering ervan eens flink achter de oren gekrabd en ons afgevraagd, hoe het in godsnaam mogelijk is geweest, dat we deze knaap zo lang hebben kunnen negeren. Want Brosky is goed! Verdomd goed! ‘s Mans muziek put uit genres als Americana, roots rock, blues, R&B en andere om daar uiteindelijk een geheel eigen gezicht aan over te houden. Vergeleken werd hij in de Amerikaanse vakpers al met grootheden als een Bruce Springsteen, een Bob Dylan en een Van Morrison. Maar al vallen er hier dan ook zeker elementen aan te wijzen, die deze referenties tot op een zekere hoogte rechtvaardigen, onze gedachten dwaalden toch eerder af naar elders. Meer bepaald naar John Hiatt en naar de terechte americanatrots van onze noorderburen, JW Roy. Vooral in liedjes als de soulvolle slepers “What’s Her Name” en “Turn Off The Sun”, het bezadigd rootsrockende “Unusual And Cruel”, het zomerse, met een shot R&B opgewaardeerde “In My Neighborhood” en het americanastampertje “Rings A Bell” nodigt zijn rauw-hees-tedere stem wat ons betreft nadrukkelijk uit tot die vergelijking. En aangezien dat twee knapen zijn, die hier zo goed als totaal niks verkeerd kunnen doen, weet je meteen ook, hoe hoog we deze Brosky inschatten. “All new Brosky songs – they’re great!”, waarschuwt een dame ons met een schalkse knipoog op de achterzijde van het hoesje van de CD en gelijk heeft ze! Brosky’s songs zijn inderdaad zonder uitzondering van uitstekende makelij. Deze man hoort gewoon thuis op een groot label! Met een stevige promotiemachine in z’n rug! Krijgen we hem misschien hier ook eens te zien. We kijken er nu al naar uit! En in afwachting zetten we alvast maar een inhaalmanoeuvre in…

Steve Brosky

Sonicbids EPK

(Download hier enkele van Brosky’s liedjes!)

CD Baby

 

 

JASON EADY & THE WAYWARD APOSTLES

“Wild-Eyed Serenade”

(Littoraria Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Jason Eady is een hier vooralsnog relatief onbekende jonge Amerikaanse singer-songwriter actief vanuit Austin. Maar met “Wild-Eyed Serenade” zijn hij en zijn begeleiders van The Wayward Apostles inmiddels al wel aan hun tweede CD toe. In het najaar van 2005 verscheen immers al “From Underneath The Old”, hun door het duo Walt Wilkins en Tim Lorsch geproduceerde debuutplaat. Op “Wild-Eyed Serenade” ontpopt die Eady zich nu tot een flinke belofte voor de toekomst. Dat heerlijk gevarieerde geheel illustreert alvast duidelijk, dat de man van heel wat markten thuis is. Het door Scott Davis van een fraaie dobroachtergrond voorziene openingsnummer “Wild-Eyed Serenade” is zo een wolk van een met bluegrass flirtend americanaliedje, “Confidently Wrong” voltrekt catchy twangend en passant het perfecte huwelijk tussen country en Southern rock, “Back To Jackson” doet al rockend iets moois met swampy blues, het met een weemoedig streepje accordeon afgewerkte “Redemption” is klassiek Texaans singer-songwriterspul genre de jonge Steve Earle, Walt Wilkins en Donal Hinely, “I’ll Be Home Tomorrow” verstilde Americana, “Before I Was Dead” gewoon klassieke country, “I Will” melodieuze rootspop en het afsluitende “Walking In Jerusalem”, een quasi a capella gebrachte lezing van die traditional, pure gospel.

Gaan we ongetwijfeld nog héél veel van horen, van deze knaap!

Jason Eady & The Wayward Apostles

MySpace

CD Baby

 

 

Wildcards

“Raising Hell”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Na de nieuwe van Ian Siegal opnieuw een Britse bluesplaat om vingers en duimen bij af te likken. Zij het dan ook van een totaal ander kaliber. “Raising Hell”, de tweede van The Wildcards, doet zijn titel alle eer aan. Dat album bevestigt de uitstekende live-reputatie die Vince Lee (zang, elektrische, akoestische en baritongitaren, ukelele en percussie), Martin Vowles (elektrische en baritongitaren, achtergrondzang en percussie), Al Wallis (elektrische en resonatorbassen, achtergrondzang en percussie) en Kevin Crowe (drums, percussie en achtergrondzang) voorafgaat. Wij zagen de vier eenmaal live aan het werk en zijn sindsdien onvoorwaardelijke fans. Iets waar na “Raising Hell” alvast zeker geen verandering in zal komen. De twaalf tracks op dat album doen eigenlijk alleen maar reikhalzend uitkijken naar meer. Naar 16 november bijvoorbeeld, wanneer de heren The Borderline in Diest zullen aandoen voor een optreden.

Afgetrapt wordt met de heerlijk rockende boogie rumble “Hang Me Out To Dry”. Vervolgens gaat het via de swampy blues van “Fools Advice” en het met een flinke snuif calypso gekruide “Hell” aan een rotvaart richting een geweldige cover van de traditional “St James Infirmary”, startend als een begrafenismars New Orleans style en uitmondend in een monumentaal gitaarduel tussen Lee en Vowles, het in R&B gedrenkte “Lucky Rich And Happy”, met een erg knappe Hammondbijdrage van gast Paul “Bomber” Harris, en nog zo’n exotisch getinte bijdrage, het superswingende “Run Joe”, geleend van de grote Louis Jordan. En ook het volgende nummer is een cover. Het betreft een bevreemdende, in de coulissen van de Storyville Jazz Club in het Finse Helsinki vereeuwigde versie van Duke Ellingtons “Helsinki Caravan”, waarin Lee en Wallis zich bedienen van kapstokken om een oude xylofoon te bewerken. “Drunk” is vervolgens eerder klassiek Wildcards-spul, “Hoodoo Preacher” een verdere cover van het gelijknamige Gary Primich-nummer, “Raisin’ Hell” een staaltje wilde instrumentale krachtpatserij, “Future Of The Blues” een op een Harmony Stratotone uit ’55 met slappe snaren uitgevoerd instrumentaal intermezzo en “Hard Luck Tale” een na het voorgaande eerder onverwacht opduikende epische afsluiter.

Wie bluesmuziek over het algemeen maar een saaie ouwemannenbedoening vindt, moet hier hoogdringend aan! Zijn of haar vooroordelen zullen er snel bij wegsmelten als sneeuw voor de zon…

Wildcards

 

 

THE CANNERY

“There Is Life In This Old Land

(Awful_Bliss Records)

(3,5) J J J J

 

 

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Roger Riedlbauer en Charles Sommer van The Cannery zullen je dat maar al te graag bevestigen. Die twee heren met een an sich al respectabel muzikaal verleden in respectievelijk de band van Jolie Holland, Transmission, de Boxcar Saints en Halifax Pier verlieten een paar jaar geleden vrijwel gelijktijdig hun toenmalige woonplaatsen in San Diego en Kentucky om uiteindelijk neer te strijken in de San Francisco Bay. En het was daar, dat ze goed en wel één toevallige ontmoeting later samen zouden beginnen musiceren in de leegstaande kamers van een verlaten huis. Iets wat beiden van meet af aan zeer goed beviel en van het één kwam dan ook het ander. The Cannery was zodoende meteen een feit.

“There Is Life In This Old Land” is het debuut van het duo. En daarvoor konden Riedlbauer en Sommer meteen een beroep doen op enkele van de beste muzikanten uit hun nieuwe buurt. De bekendste van het hele zootje is wellicht de bij momenten behoorlijk prominent op de pedal steel aanwezige Tom Heyman van Court And Spark. Maar ook Ara Anderson (trompet), Jason Schwartz (akoestische bas), Josh Tillinghast (drums), Kristina Forester (cello) en Alison Johnson (achtergrondzang) zijn dankzij hun betrokkenheid bij de muziek van ondermeer Tom Waits, Jolie Holland, John Vanderslice, Paula Frazier en Okkervil River zeker geen onbekenden meer.

“There Is Life In This Old Land” is het rechtstreeks uit de al vermelde prille nachtelijke gitaarsessies van Riedlbauer en Sommer voortgevloeide resultaat. En dat klinkt bij vlagen hoogst interessant. Het betreft voornamelijk akoestisch ingespeelde nummers, die het, hun ontstaansgeschiedenis indachtig, logischerwijze vooral moeten hebben van hun intimistische sfeer. “Cinematic rock for the souls,” aldus de beschrijver van dienst bij CD Baby. Het gebezigde instrumentarium nodigt echter regelmatig ook uit tot vergelijkingen met acts als Bonnie “Prince” Billie, Iron + Wine, Clem Snide en aanverwanten. En dan beland je als je het ons vraagt toch wel een beetje in het alt.-countrystraatje. Vooral de pedal steel van Tom Heyman doet in nummers als het herfstige tweetal “Just September” en “Hold The Ghost” nadrukkelijk haar best om die vaststelling te voeden. En als ze het nog bij CD Baby samenvatten als “Recommended if you like… Neil Young, Wilco, Will Oldham”, dan kunnen wij ons daar dan ook zeer goed in vinden. Zo ongeveer de ideale soundtrack voor de stilaan weer angstvallig dichtbij zijnde sombere najaarsdagen, deze sfeervolle treurwilgenmuziek.

Awful_Bliss Records

CD Baby

 

 

BRENT AMAKER AND THE RODEO

“Brent Amaker And The Rodeo”

(J-Shirt Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Wijlen Johnny Cash heeft klaarblijkelijk meer bastaardzoontjes achtergelaten dan die van het gelijknamige bandje alleen. En wat ons betreft mag deze Brent Amaker zelfs veel meer aanspraak maken op die eretitel dan de knapen van de Bastard Sons Of Johnny Cash zelve. Met zijn grafdiepe, zwaar aan die van zijn grote voorbeeld verwante stem scoort de man alvast bijzonder hoog op onze sympathiemeter. Soms lijkt het voorwaar bijna alsof The Man In Black voor even uit het rijk der doden is teruggekeerd. En als we daar nog aan toevoegen, dat zijn kompanen van The Rodeo zeer goed hebben geluisterd naar The Tennessee Two en aan het geluid van die fameuze begeleiders van Cash een totaal eigen, licht alternatieve draai geven, dan weet je meteen dat je hier goed zit voor een rondje country-amusement van de bovenste plank. Real country, that is! Niet van dat platte gedoe dat dezer dagen in Nashville weliswaar voor country wordt versleten, maar er eigenlijk nauwelijks nog iets mee te maken heeft. Daarvoor heeft ook Amaker amper een goed woord over. Luister bij gelegenheid maar eens naar “Sissy New Age Cowboy” en je zal meteen begrijpen, waar we met die uitspraak naar toe willen. Voor het overige nogal wat klassieke onderwerpen hier. Een aantal van de titels spreken wat dat betreft boekdelen. We noemen in dat verband bijvoorbeeld “I’ve Got A Little Hillbilly In Me”, “Reno”, “Bring Me The Whiskey” en “(If You Ain’t Gonna Drink, Then) Get The Hell Out”. Dat laatste is voor ons gelijk ook het sterkste nummer van deze (Véél en véél té korte!) plaat. Een drinklied dat ook hier wellicht spoedig flink wat goede vrienden zal maken.

Brent Amaker And The Rodeo

CD Baby

 

 

DALE BOYLE

Small Town Van Gogh”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4,5) J J J J J

 

 

Een nieuwkomer kan je de uit het Canadese Montreal afkomstige Dale Boyle bezwaarlijk nog noemen. Daarvoor was de indruk die hij in 2004 met zijn debuut “In My Rearview Mirror: A Story From A Small Gaspé Town” naliet gewoon té sterk. Die een weinig aan Springsteens “Nebraska” herinnerende plaat leverde hem in eigen land zelfs terecht al een aantal awards op. Lokale weliswaar, maar toch. De man heeft het gewoon! Als je erin slaagt, om twee platen op rij lang je publiek te blijven boeien met als enige partners in crime je eigen licht gruizige stem, een akoestische gitaar en een handvol zelf gepende liedjes, dan ben je wat ons betreft uit het goede hout gesneden.

Niet toevallig allicht is de enige vreemde eend in de bijt op ’s mans tweede een erg fraaie cover van Bruce Springsteens “My Hometown”. Net als The Boss heeft Boyle immers een zwak voor songs, waarin het eigen verleden, de eigen afkomst een prominente rol spelen. Dat bleek al uit het materiaal op zijn debuut en ook op “Small Town Van Gogh” kan je er amper omheen. Al durft hij daarop duidelijk ook andere thema’s aan te snijden. In “Tom”, het openingsnummer van de plaat, hekelt hij zo bijvoorbeeld het mediafenomeen om aan artiesten pas echt de aandacht te besteden die ze verdienen als ze er niet meer zijn. Hij gebruikt daarin het Canadese icoon Stompin’ Tom Connors om die stelling kracht bij te zetten. Zo goed als die ook is, zal ook hij wellicht moeten wachten tot na zijn dood om in wat bredere kringen erkenning te oogsten. En dat is een trieste vaststelling, aldus Boyle. In “Send Monica Away” heeft hij het vervolgens over de ongelooflijke aantrekkingskracht die geld op sommige mensen uitoefent. Wordt de protagonist uit dat liedje eerst nog als een loser afgedaan en gedumpt door zijn vriendin, dan heeft hij naderhand alle moeite van de wereld om haar van zich af geschud te krijgen, als hij plots wel in de centen komt te baden. “If I Come Back” is vervolgens mede door de inbreng van Richard Element en Kevin Mark op respectievelijk bas en drums een knap, duidelijk naar de hoogdagen van Sun Records verwijzend countrybluesje. Boyle etaleert in dat liedje terloops ook een uitstekende gitarist te zijn. En dat is trouwens niet het enige instrument waarop hij een aardig eindje uit de voeten kan. Luister maar eens naar de heerlijke, ergens tussen bluegrass en Keltische folk ontstane mandoline-instrumental “At The Kitchen Table” en je zal onmiddellijk begrijpen, wat we daarmee bedoelen.

Andere hoogtepuntjes nog op “Small Town Van Gogh”: het verstilde, aan de twee jaar geleden op de gezegende leeftijd van 106 overleden Canadese W.O. I-veteraan William “Duke” Proctor gewijde “Over 100 Years”, het akoestische bluesje “Idalene”, het vanuit het perspectief van een barman in een klein stadje, arm aan perspectieven geschreven “Nowhere Town”, het qua thematiek dicht daarbij aanleunende “No One Lives Here Anymore” en zeker ook het ongemeen mooie titelnummer.

Van het beste wat we dit jaar op singer-songwritervlak al te horen kregen hier! En deze plaat (En haar voorganger!) niet kopen is jezelf wat ons betreft dan ook flink tekortdoen.

Dale Boyle

CD Baby

 

 

WHITE GHOST SHIVERS

“Everyone’s Got ‘Em”

(White Ghost Shivers Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

De voorbije jaren viel dit achtkoppige gezelschap uit Austin tot tweemaal toe in de prijzen tijdens de gerenommeerde Music Awards van die stad, het kreeg een geweldige menigte op de been tijdens de vorige jaargang van het al even prestigieuze Austin City Limits Festival en deed vooral ook van zich spreken tijdens de jongste editie van SXSW. White Ghost Shivers zijn met andere woorden hot. En hun jongste plaat laat er alvast niet de minste twijfel over bestaan, waarom dat zo is. “It’s a honky-tonk reimagining of the Jazz Age played out through comically lurid ditties about sex, drugs, and well-intentioned lawlessness,” aldus het bijgevoegde promopraatje. We hadden het zelf niet mooier kunnen omschrijven! Net zoals die van de Hot Club Of Cowtown het hen ooit voordeden door het Western swing-erfgoed van Bob Wills op infectueuze wijze te koppelen aan Hot Club Jazz slagen de acht Shivers erin om de muziek van de “Roaring ‘20s” en de “Depression-era 30s” ook voor muziekliefhebbers anno nu aantrekkelijk te maken. Voorwaar geen klein bier! En echt rete-aanstekelijk! Wedden, dat je al na één enkele beluistering van deze schijf de basis voor zo’n heerlijk ouderwetse charleston onder de knie zal hebben? Laat je door de geil als een krolse kat zingende Cella Blue en de haren onderdompelen in een bruisende cocktail van ouderwetse jazz, ragtime, vaudeville, Western swing en hillbilly, bevolkt door zalig swingende gitaren, banjo, ukelele, kazoo, jug, fiddle, klarinet, bas en een trits van andere, allesbehalve courante instrumenten. Ons hoofd ervoor, dat je je dat later geen seconde zal beklagen! Live moet dit gewoon onweerstaanbaar zijn!

White Ghost Shivers

Sonic Rendezvous

 

 

BEN VAUGHN

“Vaughn Sings Vaughn Vol. 1 & Vol. 2”

(Manymood Records)
(2 X 3,5)
J J J J

 

  

 

De naam Ben Vaughn duikt hier met enige regelmaat op in besprekingen. Onlangs bijvoorbeeld nog in onze recensie van de jongste van Mark Olson, een door hem geproduceerde plaat. En ook in verband met Marshall Crenshaw en Dan Montgomery konden we niet om hem heen. Vreemd eigenlijk, want met zijn eigen werk als singer-songwriter, hoe goed ook, wist hij in onze kontreien vooralsnog geen al te hoge ogen te gooien. En dat lijkt hij ook zelf te beseffen, want met de nog niet zo lang geleden ingezette reeks “Vaughn Sings Vaughn” wil hij zijn volledige songcatalogus nu opnieuw onder de aandacht brengen. Let wel, het betreft daarbij wel degelijk nieuwe uitvoeringen, ingespeeld met zijn huidige groep The Desert Classic. En het gaat ook zeker niet uitsluitend om ouder materiaal. Ook enkele nieuwe nummers haalden de twee tot op heden verschenen volumes.

Op het recentste van de twee doet Vaughn het ondermeer met sprankelende gitaarpop (het ergens in de sixties hangen gebleven “Hold Your Peace”), soulvolle ballades (het een weinig aan het recentere werk van Nick Lowe herinnerende “Too Sensitive For This World”), licht en al wat minder licht countryesk spul (het sfeervol rockende “When Free Love Reigned”, de onweerstaanbare trage “Ava Gardner Blues” en het behoorlijk Zuiders ingevulde “Still Alive”), rock & roll (het veelzeggend getitelde, qua ritmiek naar iets van wijlen Eddie Cochran zaliger geurende “Rhythm Guitar”), dromerige pop (het quasi gecroonde “Shifting Sand”) en blues (“This Property Is Condemned”). Variatie troef dus!

Het vorig jaar al verschenen eerste volume was eigenlijk alleen al de moeite waard voor Vaughns eigen versie van zijn hier vooral in de uitvoering van de hier al eerder genoemde Marshall Crenshaw bekende “I’m Sorry (But So Is Brenda Lee)”. Perfecter kan een popliedje in onze ogen haast niet zijn! Daarnaast bevatte dat schijfje echter ook nog heel wat ander fraais. De lome ragtime van “Beautiful People” bijvoorbeeld al. Of de van de witte soul overlopende road song “Two Mile Road”, de nerveuze gitaarrockertjes “Lover’s Leap” en “Big House With A Yard”, de aanstekelijke R&B van “Clothes Don’t Make The Man”, de Latin pop van “When?” en het duidelijk op een americanapubliek mikkende “Hotamighty”.

Onder het motto “Genius Loves Company!” dringend maar eens mee kennismaken dus, met deze Ben Vaughn! Loont echt wel héél erg de moeite!

Ben Vaughn

CD Baby (Vol. 1)

CD Baby (Vol. 2)

 

 

BEN LEE

“Ripe”

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

28 is hij pas, maar hij heeft echt al een enorme weg afgelegd, deze Ben Lee. Al op zijn veertiende speelde hij een belangrijke rol in het redelijk succesvolle Noise Addict. Mede daardoor trok hij de aandacht van Thurston Moore van Sonic Youth en Beastie Boy Mike D. De laatste van dat tweetal vond ‘m zo goed, dat hij Lee’s eerste twee soloplaten uitbracht via band label Grand Royal. Noem het maar een vliegende start, die Lee vooral bij het publiek van tal van Amerikaanse college radio stations snel een stevige reputatie opleverde. Helaas voor de beste man stagneerde het daarna allemaal een beetje. In zoverre zelfs, dat Lee even overwoog om te kappen met het maken van muziek. Maar toen waren er plots het album “Awake Is The New Sleep” en de single daaruit “Catch My Disease”. Door die plaat en dat nummer zou voor Lee plots totaal onverwacht een nieuwe wereld opengaan. Hij rijfde er liefst vier ARIA Awards (De Australische tegenhanger van de Amerikaanse Grammy’s!) mee binnen en werd plots hot. “Catch My Disease” was zo bijvoorbeeld ook te horen in de succesreeks “Grey’s Anatomy” en werd door Dell goed genoeg bevonden om er een hele TV-campagne voor de eigen computers aan op te hangen. Lee’s broodje meteen gebakken.

Geen wonder dan ook, dat hij op zijn nieuwe, zijn zesde, “Ripe”, ontzettend zelfverzekerd en vooral ook heel erg ontspannen overkomt. Dat door de ondermeer ook van zijn werk voor John Mayer, Ben Folds en Dave Matthews bekende John Alagia geproduceerde album zou ‘m ook hier wel eens aan een doorbraak kunnen gaan helpen. Het bevat alvast genoeg nagenoeg perfecte popliedjes om zulks wat ons betreft ruimschoots te rechtvaardigen. We noemen in dat verband bijvoorbeeld graag “Birds And Bees”, een catchy duet met de vooral in de States razend populaire Mandy Moore, de ingetogen emopop van “Is This How Love’s Supposed To Feel?”, eerste single “Love Me Like The World Is Ending”, de zowel een weinig aan het werk van Ben Folds als aan dat van de Beatles verwante mars “Numb”, een aanklacht tegen elke vorm van apathie, titelnummer “Ripe”, instant-meezinger “Sex Without Love” en het de uitgangsvraag voor de moderne country classic “What Would Willie Do?” naar een wat eigentijdsere popcontext vertalende en op een eigen held betrekkende “What Would Jay-Z Do?”.

Een plaat die haar titel duidelijk niet gestolen heeft, deze “Ripe”!

Ben Lee

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

DONAVON FRANKENREITER

“Recycled Recipes”

(Lost Highway / UMG)

(3) J J J

 

 

 

Een aardig tussendoortje, maar ook niet meer dan dat, deze nieuwe van Donavon Frankenreiter. Het betreft hier immers gewoon een zes tracks tellende collectie covers, door Frankenreiter zelf en Matt Grundy vakkundig onthaast en als dusdanig volledig naar hun hand gezet. “Recycled Recipes” bevat zo lekker loom aandoende “hangmatversies” van Bruce Cockburns “Wondering Where The Lions Are”, Wilco’s “Theologians”, Dr. Johns “Such A Night”, C.C.R.’s “Fortunate Son”, The Bands “It Makes No Difference” en Dylans “Don’t Think Twice, It’s Alright”. Echt spectaculair kan je ‘t bezwaarlijk noemen, maar een sympathieke pot luistervoer is het anderzijds dan weer wel. En als we straks tegen alle verwachtingen in toch nog een beetje nazomer zouden krijgen, dan zullen we deze Frankenreiter en zijn akoestische gitaar wellicht graag nog eens beurt gunnen. Op zo’n momenten blijkt originaliteit immers niet altijd even belangrijk… En bovendien - Eerlijk is eerlijk! – vinden we ’s mans versie van Dr. Johns “Such A Night” gewoon ook heel erg leuk.

Donavon Frankenreiter

Lost Highway

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Luckenbach! Compadres!”

(Songs Of Luckenbach Texas)

(Palo Duro / Fontana)

(4) J J J J

 

 

 

“Viva! Terlingua! Nuevo!” bevatte een royaal verslag van twee op 19 en 20 januari 2006 in de vermaarde Luckenbach dancehall even ten westen van Austin gehouden concerten, waarmee platenstal Palo Duro Records een eerbetoon wou brengen aan Jerry Jeff Walkers klassieker uit ’73, “¡Viva Terlingua!”. Alle negen de liedjes van die plaat werden op deze verzamelaar dan ook hernomen. “Gettin’ By” door de originele Lost Gonzo Band, “Desperados Waiting For The Train” door Brian Burns, “Sangria Wine” door Two Tons Of Steel, “Little Bird” door Walt Wilkins, “Get It Out!” door Ed Burleson, “Up Against The Wall Red Neck Mother” door Cory Morrow, “Backsliders Wine” door Tommy Alverson, “Wheel” door The McKay Brothers en “London Homesick Blues” door The Derailers. Verder waren er nog bijdragen van Morrison-Williams (“What I Like About Texas”), John Arthur Martinez (“Viva! Luckenbach!”), Kent Finlay (“Luckenbach Daylight”), Jimmy LaFave (“I’ll Be Here In The Morning”) en de Gonzos de Casa met Radoslav Lorkovic op accordion (“Gonzo Compadres”). Het resultaat van zoveel schoon volk op een kluitje bijeen was een plaat die leefde van haar typische jaren ’70 country-ambiance, die schaamteloos teruggreep naar de begindagen van de vermaarde Texaanse outlaw country scene.

Eigenaardig genoeg stelde het feestvarken van dienst, Jerry Jeff Walker, zijn veto tegen het verschijnen ervan. Hij vond, dat men hem best wat eerder op de hoogte had mogen brengen van het voornemen om van de twee avonden ook een weerslag op plaat te laten belanden. De beste man schakelde dan ook prompt zijn advocaten in om een release ervan te beletten. Bij Palo Duro wilde men echter van geen wijken weten, temeer omdat men het album zag als het eerste van een hele reeks in Luckenbach in te blikken schijven. En dus verscheen het onlangs gewoon onder een andere titel. “Viva! Terlingua! Nuevo!” werd zo “Luckenbach! Compadres!” en blijft bij dezen warm van hieruit aanbevolen.

Luckenbach, Texas

Palo Duro Records

 

 

Muzikale veelvraten als we zijn, zeggen we uiteraard niet neen tegen een nieuwe lading “Live From Austin, TX”-voer. En al zeker niet, als het om kwalitatief uitstekende releases gaat als deze.

 

CORY MORROW

“Live From Austin, TX

 (New West Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Beginnen doen we met een deeltje gewijd aan de jonge Texaanse singer-songwriter Cory Morrow. Diens bijdrage aan de stilaan ontzagwekkende vormen aannemende New West Records-CD-DVD-reeks vormt een op 22 november van 2002 geregistreerd optreden. Dat wil zeggen van kort na de release van zijn vierde CD “Outside The Lines”, de plaat waarmee hij eindelijk wist door te stoten tot het kransje der bekendere zingende en liedjes schrijvende Texanen. Dat flink wat van het materiaal op deze live-schijf van dat album stamt, hoeft dan ook absoluut niet te verwonderen. Zo promoot je nu eenmaal nieuw spul. En eigenlijk is dat zelfs een geluk voor ons. Laat “Outside The Lines” immers net Morrows beste plaat zijn! We zitten met andere woorden goed hier. Wij vinden dit schijfje alvast stukken leuker dan de eerder dit jaar verschenen compilatie “Ten Years”. De hier actieve Morrow verdient nog volop een plaatsje tussen de Robert Earl Keens, de Willie Nelsons en de Guy Clarks van deze wereld. Iets wat we helaas niet meer kunnen zeggen van de Morrow van zijn laatste platen. Daarop sloeg hij immers dezelfde weg in als zijn succesvolle buddy Pat Green. En dat is er één geplaveid met eerder gladde, commercieel natuurlijk een stuk aantrekkelijkere countryrocksongs. Maar dat is dus niet de Morrow, die we hier horen. Hier worden songs van “Outside The Lines” als “Friend Of The Devil”, “(Love Me) Like You Used To Do” en “Drinkin’ Alone” nog grotendeels akoestisch of op z’n minst met veel gevoel ingevuld. En precies dan is Morrow op zijn best. Dán nodigt wat hij doet immers nog écht uit tot luisteren. En dán klinkt zijn hese stem ook veruit het sympathiekst.

En dan is er ook nog de songkeuze. Door eerdere succesnummers als “Nashville Blues”, “Texas Time Travelin’” en de met Pat green gedeelde cover van Waylon Jennings’ “Are You Sure Hank Done It This Way?” aan zijn setlist toe te voegen, raakt Morrow bij ons ook al ogenblikkelijk de juiste snaar. Daarin toont hij immers nog volop, dat de muziek waarmee hij opgroeide wel degelijk van grote invloed is geweest op zijn ontwikkeling als artiest. Je proeft er als het ware zijn roots nog in. En zo mogen wij het nu eenmaal graag hebben! Warm aanbevolen dan ook van hier uit!

(Ook verkrijgbaar op DVD!)

Cory Morrow

Live From Austin, TX

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

KINKY FRIEDMAN

“Live From Austin, TX

 (New West Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Voor onze tweede halte moeten we terug naar 11 november ’75. Toen traden de legendarische Kinky Friedman en z’n Texas Jewboys namelijk aan in “Austin City Limits”. Het is te zeggen, toen werd er toch een optreden van de beste man voor dat TV-programma ingeblikt. Uitgezonden zou het evenwel nooit worden. En Joost mag weten waarom, want het is echt wel één van de leukste gigs van de tot op heden op CD en/of DVD uitgebrachte reeks. Friedman is echt een kanjer van een performer. Politiek incorrecter worden ze wellicht niet gemaakt, maar precies dat maakt de Kinkster net zo uniek. Tegen een achtergrond van voornamelijk eerder traditionele country en rock & roll schopt hij met de tong diep in de wang geplant tegen heel wat heilige en andere huisjes. En met die aanpak heeft hij zo ongeveer alle aanwezigen natuurlijk in no time op zijn hand. Satire is Friedmans ding en werkelijk niets of niemand is veilig voor zijn in pure vitriool gedrenkte pen. Dingen als “They Ain’t Making Jews Like Jesus Anymore”, “Ride ‘Em Jewboy”, “Arsehole From El Paso” (een hilarische Friedman-persiflage op Merle Haggards “Okie From Muskogee”), “Homo Erectus”, “Men’s Room L.A.”, “Rapid City, South Dakota” en “Mama Baby Mama” zullen sommigen dan ook een doorn in het oog zijn, terwijl anderen er net door in een deuk zullen komen te liggen. Ons mag je alvast tot laatstgenoemden rekenen. Voor ons is dit wat je noemt nog eens amusement pur sang! En alweer een aanrader dus!

(Ook verkrijgbaar op DVD!)

Kinky Friedman

Live From Austin, TX

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

THE POLYPHONIC SPREE

“Live From Austin, TX

(DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

In onze bespreking van een eerder volume in de “Live From Austin, TX”-reeks laakten we hier nog de naar ons gevoel wat al té zeer op safe spelende repertoirekeuze van de makers ervan. En het lijkt verdorie wel alsof ze ons daar in de States gehoord hebben, want sindsdien blijkt plots zo ongeveer alles te kunnen. Met nieuwe eenheden gewijd aan Buck Owens, Cory Morrow, Kinky Friedman, Guided By Voices, Jerry Lee Lewis en Eliza Gilkyson en ondertussen alweer op stapel staande releases van ondermeer ex-Talking Heads-kopstuk David Byrne, wijlen Doug Sahm en bluesmaestro John Hammond is er van enige voorzichtigheid plots in de verste verte geen sprake meer. Maar dé meest verrassende worp tot op heden is toch wel die van The Polyphonic Spree. Met de registratie van het op 3 augustus van 2004 door die groep uit Dallas verzorgde optreden boort men plots een totaal andere doelgroep dan normaal aan. Want zeg nu zelf, een 24-koppig gezelschap gehuld in lange, veelkleurige, uit de één of andere hippiekleerkast opgediepte gewaden, balancerend op het slappe koord tussen genres als symfonische pop en rock enerzijds en gospel anderzijds, het is niet bepaald doorsnee “Live From Austin, TX”-werk. Wat het dan wél is? Eén van de meest geanimeerde en verrassende vertoningen in de serie so far. Eén lange, behoorlijk psychedelische trip naar lang vervlogen tijden ergens aan het eind van de sixties ook. David Bowie is naar verluidt al een fan, nu u nog…

(Ook verkrijgbaar als CD!)

The Polyphonic Spree

Live From Austin, TX

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

JERRY LEE LEWIS

“Live From Austin, TX

(DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Het optreden, dat rock & roll-legende Jerry Lee Lewis op 17 oktober 1983 voor het succesvolle Amerikaanse TV-programma “Austin City Limits” verzorgde, is zondermeer één van de beste uit de “Live From Austin, TX”-CD-DVD-reeks tot op heden. De toen nochtans al niet meer zo jonge Killer raast daarop als een echte wervelwind doorheen een reeks bekende en minder bekende nummers op zijn repertoire, als daar zijn “Keep My Motor Runnin’”, “You Win Again”, Chuck Berry’s “Sweet Little 16”, “39 And Holding”, “Think About It Darlin’”, “Rock & Roll Over (Teenage Queen)”, zijn lijflied “Boogie Woogie Country Man”, “CC Rider”, “Chantilly Lace”, “I’ll Find It Where I Can”, “In The Garden”, “No Headstone On My Grave”, “What’d I Say”, “Great Balls Of Fire” en “Whole Lotta Shakin’ Goin’ On”.

Vooral het tweede deel van de show is wat je noemt ijzersterk. Eens de mouwen opgestroopt staat er daarin op Lewis hoegenaamd geen maat meer. Via de gospel van “In The Garden” en de wervelende R&B van “No Headstone On My Grave” en “What’d I Say” neemt hij zijn publiek mee op sleeptouw richting een wervelende finale. Met twee van de grootste rock & roll songs aller tijden deelt hij daarin de definitieve knock-out uit. Needless to say, dat het daarbij gaat om “Great Balls Of Fire” en “Whole Lotta Shakin’ Goin’ On”, zeker?

(Ook verkrijgbaar als CD!)

Jerry Lee Lewis

Live From Austin, TX

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

JUDE JOHNSTONE

“Blue Light”

(BoJak Records)

(3) J J J

 

 

Ondanks de goede beurt die ze met haar in 2005 verschenen tweede CD “On A Good Day” maakte, besloot singer-songwriter Jude Johnstone het roer voor haar nieuwe plaat compleet om te gooien. Aanleiding tot die op het eerste gezicht enigszins vreemde beslissing vormde de dood van de ondermeer van zijn werk met Leonard Cohen, Joni Mitchell en Neil Young bekende producer Henry Lewy. Die had er haar naar aanleiding van een sessie die ze ooit samen deden immers jarenlang proberen van te overtuigen om haar eigen muzikale roots eens te durven verkennen. En die lagen in jazz, blues en torch songs.

En dus trakteert Johnstone ons hier en nu op elf nieuwe nummers, die zonder uitzondering onder één van die drie vlaggen vallen. Typisch late night spul, ingespeeld met uit de entourages van gelijkgestemde geesten als K.D. Lang, Madeleine Peyroux en Rickie Lee Jones weg geplukte muzikanten als Danny Frankel (drums), David Piltch (bas), Matt Marguci (trompet), Marc Macisso (sax) en Freddy Koella (gitaar). Zelf stond Johnstone in voor de productie van het geheel en tekende ze ook voor de toetsenpartijen.

Het resultaat is een album, dat sfeergewijs regelmatig aansluit bij wat de hier al eerder genoemde Rickie Lee Jones ooit bracht. Liedjes als “Never Been The Same” of “I’ll Believe You” hadden wat ons betreft zelfs zó op het veel geprezen titelloze debuut van die laatste gemogen. En dat zegt toch wel iets over de kwaliteit ervan! Maar goed, dat Johnstone een alleraardigst liedje kan schrijven, dat wisten we natuurlijk al wel langer dan vandaag. Met songs vertolkt door ondermeer Johnny Cash (“Unchained”), Bonnie Raitt (“Wounded Heart”), Jennifer Warnes (“The Nightingale”) en Trisha Yearwood (“Hearts In Armor”) stond haar reputatie wat dat betreft al een poosje buiten kijf.

Als extraatje krijgen we bij wijze van afsluiter ook nog het nummer dat eigenlijk aan de basis van dit album lag. De zalig gecroonde jazzy pianoballade “Over And Done” was immers het liedje, dat ooit bij Henry Lewy de vonk deed overslaan. Hij viel wellicht voor de zangeres Johnstone, die daarin echt de sterren van de hemel zingt.

Jude Johnstone

CD Baby

 

 

KEVIN AYERS

“The Unfairground”

(Tuition / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Wel, wel, wel, wie we daar hebben! En vooral ook hoe! We moeten eerlijk toegeven, dat we hier een dergelijke sterke worp van Kevin Ayers absoluut niet meer verwacht hadden. Ayers, wat ons betreft tegelijk één van de beste en zwaarst onderschatte Britse singer-songwriters ooit, levert met “The Unfairground” na zestien lange jaren eindelijk weer eens een album af om u tegen te zeggen. In het gezelschap van knapen als een Robert Wyatt en een Phil Manzanera en leden van acts als Gorkys Zygotic Mynci, de Trash Can Sinatras, het Bill Wells Trio, Neutral Milk Hotel, The Ladybug Transistor, Architecture In Helsinki en Teenage Fanclub schudt hij tien nieuwe nummers uit de mouw, zijn status van eeuwige cultfiguur meer dan waardig. En dan is er natuurlijk nog die stem! Heerlijk gewoon! Ayers klinkt hier relaxter dan ooit en dat resulteert in zo menig een bescheiden hoogtepuntje. We mogen in dat verband bijvoorbeeld zeker niet nalaten om hier even te wijzen op het melancholische “Baby Come Home”, een ondermeer met ingetogen blazers en een dito accordeonbijdrage flink opgewaardeerd duetje met Bridget St. John, en “Only Heaven Knows”, waarin Ayers ook al over zo’n goddelijke lijzige melodie heen de dood even recht in de ogen kijkt. Superieur luistervoer, denken wij dan. En het zou echt doodzonde zijn, als weer enkel ’s mans doorgewinterde fans hieraan zouden willen. Een Ayers in deze vorm verdient gewoon véél en véél beter…

Kevin Ayers

Tuition Music

Sonic Rendezvous

 

 

WALT WILKINS & THE MYSTIQUEROS

“Diamonds In The sun”

(Palo Duro Records)

(3,5) J J J J

 

 

Altijd al een bijzonder sympathieke peer gevonden, deze Texaan, en dat zal er na zijn nieuwe, met de Mystiqueros opgenomen CD “Diamonds In The Sun” zeker niet op gaan veranderen. Wilkins illustreert daarop immers andermaal van heel wat markten thuis te zijn. Voor de zeven eigen nummers op die plaat lijkt hij inspiratie te hebben gezocht en gevonden in zo uiteenlopende hoeken van het countrygenre als de in de seventies door groepen als de Eagles gecultiveerde rockvariant ervan, de alt. country scene in en om Austin en het door zo velen verguisde actuele mainstreamgebeuren in Nashville. Dat levert door de band genomen prima luistervoer op, waaraan zo ongeveer elke liefhebber van Americanagetint singer-songwritermateriaal het nodige plezier moet kunnen beleven. Wij van onze kant waren alvast zeer in onze nopjes met de door Bill Small aangedragen en zwaar aan de hier al eerder genoemde Eagles herinnerende ballade “Diamonds In The Sun”, het sympathiek (country)rockende “Get Me Gone”, de van een licht bluesy randje voorziene Band-cover “The Shape I’m In” en de ingetogen sleper “Just Like Hank”, waarin Wilkins zijn eigen lot linkt aan dat van de legendarische Hank Williams. Dat viertal en deunen als het aan een prachttitel opgehangen “You Can’t Outdrink The Truth”, het duidelijk op een Texaanse leest geschoeide rootsrockertje “Honky-Tonk Road”, de Davis Raines-ballade “Big Shiny Cars” of de in blues gedrenkte afsluiter “Stand Up Seven” vormen wat ons betreft ruimschoots voldoende argumenten om dit door Lloyd Maines geproduceerde album met een gerust geweten als een bescheiden aanrader te mogen bestempelen. Doe er dus vooral je voordeel mee!

Walt Wilkins

Palo Duro Records

 

 

STEVE DAWSON

“We Belong To The Gold Coast”

(Black Hen Music / Rounder Europe / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Om gelijk alle mogelijke misverstanden te vermijden, het betreft hier niet de Dawson, die ons met z’n groep Dolly Varden al zo menig een uitstekende (alt.country)plaat schonk, noch die andere Amerikaan van het in 2005 verschenen soulvolle meesterwerkje “Sweet Is The Anchor”, maar wel hun Canadese naamgenoot, die hier met name als één helft van Zubot & Dawson en als lid van het avant-folkkwartet The Great Uncles Of The Revolution toch óók al enige naambekendheid wist te vergaren.

Op “We Belong To The Gold Coast” etaleert díe Dawson nu andermaal welk een grootmeester hij wel is op zo ongeveer alles wat snaren heeft (akoestische en elektrische gitaren, ukelele, steel, weissenborn, slide,…). De vijftien nummers op dat album slaan op een bij momenten zeer tot de verbeelding sprekende manier een brug tussen zo uiteenlopende genres als pop, akoestische blues en vroege Hawaïaanse jazz. Vaak zelfs binnen één en hetzelfde liedje. In het merendeel van de gevallen betreft het daarbij sfeervolle instrumentals. Enkel in het bevreemdende bluesje “Slip By”, het nerveuze “World Gone Wrong”, het met Keith Lowe aan de bas en Chris Gestrin achter het orgel in triobezetting opgenomen “Living In A Strain”, het met Jeanne Tolmie gedeelde rootspopjuweel “Photograph” en het lijzige “Angeline” waagt Dawson zich ook aan gezongen bijdragen. Het resultaat is een heerlijk gevarieerd rootsalbum, dat met één voet nog stevig in het verleden geplant toch resoluut vooruit durft te blikken. Het soort van plaat, waarvoor je met plezier de hoofdtelefoon bovenhaalt om er in alle rust pas echt ten volle van te kunnen genieten. File under: eclectische Americana op z’n Canadees.

MySpace Steve Dawson

Black Hen Music

Rounder Europe

 

 

IAIN MATTHEWS

“Contact”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

Het betreft hier opnames, gemaakt tijdens het jaarlijkse kerstfeestje van Blue Rose Records op 17 december 2004 in het Bürgerhaus in het Duitse Heilbronn-Böckingen. Folkgrootheid Iain Matthews (zang en gitaar) trad die avond aan samen met Richard Kennedy (gitaar, harmonieerwerk) en Mike Roelofs (Fender Rhodes elektrische piano, harmonieerwerk). Samen werkten de heren zich doorheen een ruim 78 minuten durende set, gecompileerd uit het oeuvre van Matthews zelve en aangevuld met covers van “Woodstock” van Joni Mitchell en “Unravel” van Lynn Miles. Het gaat daarbij om voor de hand liggende redenen (De triobezetting!) vaak om van compleet andere arrangementen voorziene uitvoeringen van Matthews’ eigen songs.

Naast een CD bevat dit setje ook een DVD. De setlist van beide is identiek. Wél is het zo, dat op de DVD ook nog een fotogalerij, een discografie en een biografie terug te vinden zijn. Leuk om je mee te amuseren bij het beluisteren van songs als “Girl With The Clouds In Her Eyes”, “The Limburg Girl And The Traveling Man”, “I’m Alive”, “Contact”, “Something Mighty”, “Alone Again Blues”, “Rosa’s Song (The Back Of The Bus)”, “A Lamb In Armor”, “One Door Opens”, “The Other Shoe”, “July Rain”, “Funk And Fire” en de twee al eerder genoemde covers.

Iain Matthews

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

DERAILERS

“Under The Influence Of Buck”

(Palo Duro / Fontana)

(4) J J J J

 

 

Als er al één groep was, waaraan je voorafgaand aan deze plaat met een gerust gemoed een eerbetoon aan de grote Buck Owens had durven toevertrouwen, dan waren het toch wel The Derailers zeker? Heel wat van de liedjes op het repertoire van dat collectief werden immers geboren uit een diepgewortelde bewondering en een vergelijkbare mate van respect voor het werk van wijlen die countrygrootheid. En ook hun geslaagde bijdrage aan het in 2002 verschenen “Happy Birthday, Buck! – A Texas Salute To Buck Owens” (“Under Your Spell”) toonde al, dat ze volstrekt op de juiste golflengte zaten voor een dergelijk project. Het hoeft wat ons betreft dan ook allerminst te verwonderen, dat het bijzonder toepasselijk getitelde “Under The Influence Of Buck” het vertrouwen absoluut niet schaadt. Die dertiendelige bloemlezing uit het werk van hun grote voorbeeld is er alleszins één die getuigt van kennis van zaken. Alle facetten van Owens’ werk worden immers keurig geïllustreerd aan de hand van één of meerdere songs. Dingen als “Foolin’ Around”, “Love’s Gonna Live Here” en “My Heart Skips A Beat” zijn slechts enkele van de vele aan ’s mans veel geroemde Bakersfield twang gewijde bijdragen, de Chuck Berry-cover “Johnny B Goode” schijnt een lichtje op z’n best wel grote hart voor rock & roll, “Together Again” en “Cryin’ Time” zijn wellicht twee van z’n mooiste ballads en nummers als “I’ve Got A Tiger By The Tail”, “Before You Go” en “Who’s Gonna Mow Your Grass” vormen ideaal materiaal om zijn vele flirts met het Britse beatgebeuren van de late sixties toe te lichten. Ergens daarboven moet Owens zich met dit schijfje wel heel erg in z’n nopjes voelen. En hij zal zich met ons wellicht ook afvragen, of die andere grote bewonderaar van ‘m, met name Dwight Yoakam, op zijn binnenkort te verschijnen “Dwight Sings Buck” even knap uit de hoek zal komen. Zal best wel moeilijk worden, want dit is echt vakwerk!

The Derailers

Palo Duro Records

 

 

TREVOR ALGUIRE

“As Of Yesterday”

(Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Voor wie met pijn in de armen over de rand ervan gebogen emmer per emmer talent eruit naar boven zoekt te halen moet de Canadese Americana scene zo stilaan een bodemloze put beginnen te lijken. Aan de stroom aan veelbelovende talenten vanuit die hoek lijkt immers geen einde meer te willen komen. Zo is er nu weer Trevor Alguire. Dat is een uit Ottawa afkomstige singer-songwriter, die zich daar in dezelfde kringen ophoudt als veel bekendere landgenoten als Jim Bryson, Sarah Harmer, Kathleen Edwards, Blue Rodeo, de Skydiggers en Fred Eaglesmith. En wie bij de hond slaapt, krijgt zoals geweten zijn vlooien. Ook het werk van Alguire blijkt dan ook bijzonder sterk. Op zijn debuut “As Of Yesterday” slaat hij met brio een brug tussen genres als alt. country, Americana en roots rock. Hij doet dat in tien eigen nummers, die nergens minder dan uitstekend zijn. In zijn teksten vertelt hij “on the road” opgeraapte verhalen, toont zich terloops een vaardige observator van zijn land en landgenoten of zoekt het gewoon in zijn persoonlijk leven. Nu eens lekker rockend, dan weer op de balladeske toer verdient hij zich zodoende vergelijkingen met de al eerder genoemde heren Eaglesmith en Bryson, maar zeker ook met knapen als een Tim Easton, een Steve Earle of een Richard Buckner. Kan dus niet slecht zijn, he!

Trevor Alguire

Blue Rose

Sonic Rendezvous

 

 

KANE WELCH KAPLIN

“Kane Welch Kaplin”

(Compass Records)

(4) J J J J

 

 

Er zijn wel degelijk nog zekerheden in het leven! Dat bewijst deze titelloze nieuwe CD van het inmiddels tot een heus kwartet uitgegroeide trio Kane Welch Kaplin. Naast Kevin Welch, Fats Kaplin en Kieran Kane werd voor die nieuwe plaat immers ook Lucas, de zoon van laatstgenoemde ingelijfd. Kane junior betekent in die zin een meerwaarde, dat hij van achter zijn drumstel de muziek van zijn ouwe en zijn maats van een soort van hartslag voorziet. Voor het overige verandert er op deze derde van Kane Welch Kaplin eigenlijk maar weinig. Net als zijn voorgangers “You Can’t Save Everybody” uit 2004 en “Lost John Dean” van vorig jaar staat ook dat album immers weer vol met erg fraaie liedjes die in folk, blues en country wortelen. Een heel klein beetje donkerder van ondertoon dan eerder misschien, dat wel. Voor de songs tekenen ook ditmaal uiteraard Kane senior en Welch. Voor de instrumentale hoogstandjes zorgt ook nu weer Kaplin. Dat doet hij ondermeer op de elektrische, de steel, de sitar, de fiddle en het accordeon.

Slechts één vreemde eend in de bijt hier. Het betreft het afsluitende “What Are They Doin’ In Heaven Today?”, een door Welch van een nieuw arrangement voorziene traditional met gospelinslag. Het is meteen ook één van de allersterkste momenten van een plaat die daar eigenlijk gewoon vol mee staat. Andere songs die het zeker ook verdienen om te worden genoemd als primus inter pares: het over een dialoog tussen de banjo van Kane en de fiddle van Kaplin heen gedrapeerde old-time juweeltje “Callin’ You”, de ingetogen Americana story-song “Last Lost Highway” en de intimistische ballade “Red Light Blinking”.

Vermelden we tenslotte ook nog even, dat het fraaie surrealistische schilderwerk op de cover ook van de hand van Kane is. Zo ongeveer alles is goed om te ontsnappen aan een photo shoot, vindt die immers…

MySpace

Dead Reckoning Records

Compass Records

 

 

STEVE EARLE

Washington Square Serenade”

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Bleef het op muzikaal gebied de voorbije drie jaren eerder windstil rond Steve Earle, op persoonlijk en professioneel vlak viel er wél geregeld nieuws te rapen over de man. Zo vond hij in zijn veel jongere collega-singer-songwriter Allison Moorer een zoveelste nieuwe levensgezellin, toog naar een nieuwe heimat in het legendarische Greenwich Village en ondertekende een platencontract, dat hem voor zijn volgende albums bond aan het de jongste jaren flink aan de weg timmerende New West Records. En al dat “nieuws” in zijn leven lijkt zich nu ook te hebben vertaald naar een totaal andere aanpak op zijn nieuwste, het op 25 september aanstaande te verschijnen “Washington Square Serenade”. Dat is een bijzonder fris klinkend album geworden. Mede dankzij de productionele inbreng van de als één helft van de Dust Brothers vooral voor zijn werk met ondermeer Beck en de Beastie Boys bekende John King. Die slaagt er namelijk in, om wat in essentie gewoon een moderne folkplaat is van een apart, wat scherper randje te voorzien. Vooral daar waar het de ritmiek van het materiaal op “Washington Square Serenade” betreft kan je gewoonweg niet om zijn bijdrage heen.

Voor het overige is “Washington Square Serenade” een verrassend persoonlijke plaat. Waren voorgangers “Jerusalem” uit 2002 en “The Revolution Starts… Now!” uit 2004 nog uitgesproken politieke statements, dan verdiept Earle zich ditmaal voornamelijk in zijn eigen leven. Openingsnummer “Tennessee Blues”, een actualisering van het gelijknamige nummer van zijn debuut “Guitar Town”, mag je bijvoorbeeld niet los zien van zijn recente verhuis naar New York. En “Days Aren’t Long Enough”, een nummer dat hij schreef en inzong samen met zijn kersverse eega, is gewoon een door een flinke hang naar de late sixties gekenmerkt liefdesliedje. Erg mooi trouwens! En dat zeker niet alleen omwille van de prachtige samenzang tussen de twee echtelieden! Nog zo’n in het oog springend samenwerkingsverband biedt “City Of Immigrants”. Dat samen met de eveneens vanuit New York actieve Braziliaanse neo-folkband Forro In The Dark ingeblikte nummer is een gestrekte middenvinger aan het adres van mensen als CNN-anker Lou Dobbs, die met hun negatief standpunt inzake immigratie anderen aanmoedigen tot onverdraagzaamheid. Dat een effectief werkende multiraciale samenleving absoluut geen utopie hoeft te zijn wordt erin onderlijnd door het prachtige samengaan van Braziliaanse ritmes en door en door Amerikaanse folk. Toch weer even de strijdvaardige Earle aan het werk dus… En dat is verder ondermeer ook het geval in “Steve’s Hammer”, een aan Pete Seeger opgedragen liedje, waarin de singer-songwriter laat weten er rotsvast van overtuigd te zijn, dat muziek wel degelijk een belangrijke rol kan spelen in het nastreven van sociale rechtvaardigheid. Zo kennen we hem weer terug, onze Steve! Andere opvallende óf opvallend goede songs hier zijn Earles indringende, door King flink bijgestuurde interpretatie van Tom Waits’ “Way Down The Hole”, het tegen een hip-hop beat neergelegde “Satellite Radio”, het lieflijke, een weinig aan Dylan herinnerende “Sparkle And Shine”, het rootsy “Oxycontin Blues” en het tot op zekere hoogte nog naar het eigen countryrockverleden teruggrijpende “Jericho Road”.

Een echt groeiplaatje! Bij een eerste beluistering ervan waren wij eerlijk gezegd nog niet bepaald zwaar onder de indruk. Maar enkele rondjes verder is “Washington Square Serenade” ons plots wel heel erg lief geworden. In die mate zelfs, dat we nu al menen te mogen stellen, dat dit in Jimi Hendrix’ gerenommeerde Electric Lady Studios opgenomen schijfje vast nog heel wat vaker in de CD-wisselaar zal gaan belanden dan zijn recentere voorgangers.

Steve Earle

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

STARS & GARTERS

Stockton Boulevard

(Hobo Camp Records)

(3,5) J J J J

 

 

Het uit Sacramento, CA afkomstige vijfmanschap Stars & Garters is een bandje dat wat ons betreft probleemloos in hetzelfde hokje kan als de hier onlangs ook al besproken Two Dollar Pistols of Dave Gleason’s Wasted Days. Net als die twee acts lieten ook de heren Proulx, Carlson, Morris, Vincent en Minnick zich inspireren door countrygrootheden als Johnny, Merle, George, Hank, Lefty en vooral ook Buck, maar koppelen ze hun voorliefde voor hardcore honky-tonk en Western swing aan een enigszins alternatieve zienswijze waarin ook rock & roll en rockabilly hun plaatsje hebben. Dat resulteert op hun okselfrisse debuutplaat “Stockton Boulevard” in dertien lappen aanstekelijk materiaal, waarin er gezopen, bedrogen, gemoord, gevreten en overdreven wordt, dat het een lieve lust is. De op het eerste gezicht opvallendste nummers erop zijn “Cum On Feel The Noize” en “Olympia, WA”. Het eerste een intraveneus van een overdosis country bediende adaptatie van de gelijknamige wereldhit van Slade, het tweede een hun affiniteit met punk onderlijnende rootsy Rancid-cover. Eigen songs als de zuipliederen “Another Song About Whiskey”, “24 Bottles” en “Finish This Bottle”, de knappe, in steel gedrenkte trage “Me And My Broken Heart” of het als een soort van geloofsbelijdenis fungerende “Honky Tonk Cure” hoeven daar echter allerminst voor onder te doen. Très sympa allemaal!

Stars & Garters

CD Baby

 

 

DAVE GLEASON’S WASTED DAYS

“Just Fall To Pieces”

(Well Worn Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Er zijn zo van die bandjes die absoluut niks verkeerd lijken te kunnen doen. Two Dollar Pistols is er zo eentje. Red Meat ook. En zeker ook Dave Gleason en zijn Wasted Days. Drie CD’s lang nu al strooit de lange Amerikaan kwistig in het rond met honky-tonk pur sang, country rock de luxe en Western soul van een andere wereld. En wat het allemaal nóg mooier maakt, is dat hij nog met elke plaat beter lijkt te worden. Zo volgen de hoogtepunten elkaar op zijn nieuwe CD “Just Fall To Pieces” aan een echte rotvaart op. En het aanwijzen van favorieten wordt dan ook een helse klus. Het overduidelijk aan Buck Owens schatplichtige en heerlijk twangende “Look At What You’ve Become” is er zeker één. En ook het met een prise Tex-Mex gekruide “(Wine) Take Away My Mind” is ronduit briljant. En dan hadden we het nog niet over de soulvolle slepers “Wildfire (In Your Eyes)” en vooral ook “Since You Went Away”, over het duidelijk aan het beatgebeuren van de late sixties refererende “Right Back To Her Heart”, over het qua ritmiek duidelijk op Cash-fans mikkende “Train Of Blue”, over de klassieke tranentrekker “The Good’s Been Gone”, over het genadeloos op de benen mikkende swingertje “Take Your Memory With You” of over het volop naar de Californische country scene van de vroege jaren zeventig lonkende titelnummer. Heerlijk gewoon, hoe Gleason zich hier van hokjes absoluut geen ene moer lijkt te willen aantrekken. Variatie lijkt voor hem zondermeer een sleutelwoord. En dat levert in dit geval een album op, dat het absoluut verdient om warm te worden aanbevolen. En dat is bij dezen dan ook gebeurd…

Dave Gleason’s Wasted Days

Sonic Rendezvous

 

 

MARK OLSON

“The Salvation Blues”

(Hacktone Records / Rough Trade)

(4) J J J J

 

 

Zondermeer één van de meest in het oog springende releases van de afgelopen maanden, deze eerste soloplaat van voormalig Jayhawks- en Creekdippers-kopstuk Mark Olson. En dat ligt zeker niet in de laatste plaats aan de bijzonder fraaie vormgeving ervan. “The Salvation Blues” komt immers verpakt als een heus miniatuurboek, compleet met papieren omslag en gestempelde verwijzing naar de bibliotheek, waarvan het eigendom zou zijn. In dat vijftien pagina’s tellende boekwerkje bevinden zich de teksten van de elf songs die Olson voor “The Salvation Blues” opnam in het gezelschap van producer Ben Vaughn. Niet die van “Copper Coin” en “Your Time Will Come”, twee exclusieve bonus tracks, die om het allemaal nog wat mooier te maken aan de gelimiteerde eerste uitgave bestemd voor de Europese markt werden toegevoegd.

“A two-year journey through the heart of loss and redemption, in words and music. Illustrated with photographs” kreeg het album als ondertitel mee. En daarmee wordt meteen zonneklaar, dat Olson met deze nieuwe CD vooral de recente scheiding van zijn vrouw Victoria (Williams) tracht te verwerken. En hoe cryptisch hij zijn teksten dan ook gehouden heeft, de pijn is toch regelmatig tastbaar aanwezig. Als hij bijvoorbeeld zijn liefde voor zijn voormalige wederhelft in “My Carol” omschrijft als “a speckled bird, an animal bleeding in the snow”, dan laten die woorden maar bitter weinig tot de verbeelding over.

Naast het afscheid van de Creekdippers en van zijn eega markeert “The Salvation Blues” ook een voor Olson gelukkige gebeurtenis. En dan hebben we het natuurlijk over de reünie met zijn ex-Jayhawks-maatje Gary Louris. Diens harmonieerwerk in een drietal nummers doet voorwaar spontaan even de gouden (alt.-country) dagen van weleer herleven. Al ligt de nadruk hier toch voornamelijk op country folk van het genre waarin Olson ook al ten tijde van de Creekdippers uitblonk. Met dat verschil dan, dat producer Ben Vaughn voor een wat vollere invulling van zijn liedjes heeft gezorgd. Zo duiken hier bijvoorbeeld regelmatig strijkers op, laat Greg Leisz zich van zijn beste kant bewonderen op respectievelijk pedal steel, dobro en mandoline, doet Tony Gilkyson hetzelfde op de elektrische gitaar en mag Cindy Wasserman zanggewijs proberen Williams te doen vergeten.

Het resultaat van dat alles is een plaat die bovenal zeer warm klinkt. Misschien wel Olsons beste in zijn dagen na de Jayhawks.

Mark Olson MySpace

Hacktone Records

Rough Trade

 

 

GREG BROWN

“Yellow Dog”

(Earthwork Music / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Het betreft hier de registratie van een optreden dat folkicoon Greg Brown op 26 augustus 2005 volledig belangeloos afwerkte in het Peterson Auditorium in Ishpeming, Michigan. An sich niets wereldschokkends, ware het niet dat ook de integrale opbrengsten van deze live-CD bestemd zijn voor de in 1995 opgerichte Yellow Dog Watershed Preserve en dat er liefst drie niet eerder verschenen nummers van de man op staan.

“Yellow Dog” staat voor Greg Brown op z’n intiemst. Het gros van de liedjes erop werkte hij immers af in z’n dooie eentje, just a man and his guitar. Enkel voor het afsluitende tweetal “Laughing River” en “Please Don’t Talk About Me When I’m Gone” kreeg hij wat bijstand van Drew Howard op de pedal steel, Dominic Suchyta op de bas, Seth Bernard op de akoestische en Daisy May Erlewine zang. Je krijgt hier met andere woorden exact wat je van iemand als Brown verwacht. “Yellow Dog” is gewoon een prachtige collectie tussen folk, blues en Americana vallende luisterliedjes, die ten volle profiteren van de intimistische setting waarin ze werden opgenomen. De meest in het oog springende zijn uiteraard “Better Days”, “Oily Boys” en “All Of Those Things”, omdat die hier voor het eerst opduiken. Verder bevat het album ook herwerkte versies van ouder Brown-materiaal en enkele liedjes die ondertussen al wel opdoken op ’s mans laatste studioplaat “The Evening Call”. Liefhebbers van het betere singer-songwriterwerk zullen hier vast en zeker het nodige plezier aan beleven! Al zullen velen van hen de afsluitende, door de 5 jaar oude Kiah Leaf Staley geleverde hidden bonus track wellicht graag aan zich voorbij laten gaan.

Greg Brown

Earthwork Music

Yellow Dog Watershed Preserve

Sonic Rendezvous

 

 

ANY TROUBLE

“Life In Reverse”

(Stiff Records / ZTT)

(3,5) J J J J

 

 

Eenvoudige popliedjes zijn vaak juist de meest beklijvende. Enkele van de volgende, aan het eind van de jaren zeventig en bij het begin van de jaren tachtig ontstane nummers zetten deze stelling zeker de nodige kracht bij. “Walk Out To Winter” en “Obvious” van Aztec Camera bijvoorbeeld, “Labelled With Love” van Squeeze zeker ook, “Back Of My Hand” van The Jags, “Hit & Miss Judy” van Wreckless Eric, zo ongeveer elk van de singles van XTC of Prefab Sprout, enfin, we kunnen hier nog wel even blijven doorgaan. Echt grote hits werden de meeste van die liedjes niet, maar het doet wel altijd weer ongelooflijk veel deugd om ze nog eens terug te horen. En zo óók, “Second Choice”, het bekendste nummer van de Britse groep Any Trouble. Telkens we dat deuntje onverwachterwijze weer eens ergens horen passeren, voelen wij het eensklaps een heel klein beetje zomer worden in ons binnenste. Any Trouble was slechts één van de vele uitstekende nieuwe acts die in de hoger genoemde periode via het veelbesproken Stiff Records aan de weg timmerden. En het zal dan ook wel geen toeval zijn zeker, dat men net nu een comeback overweegt, precies op het moment, waarop ZTT dat oude huis van vertrouwen weer nieuw leven tracht in te blazen. De voorbije maanden verschenen er zo ondermeer al heruitgaven van albums van de hoger al even genoemde Wreckless Eric, Tenpole Tudor, Dirty Looks, Rachel Sweet, Tracy Ullman, Jona Lewie en onze protagonisten van dienst Any Trouble. En nu, zo ongeveer compleet “out of the blue” dus ook een nieuwe van de groep rond de ook van zijn werk met Christine Collister, Nanci Griffiths Blue Moon Orchestra, Plainsong en een trio met verder ook nog Boo Hewerdine en Eddi Reader bekende singer-songwriter Clive Gregson. “Life In Reverse” heet die en hij staat vol met heerlijk sprankelende popliedjes van het hier wat hoger beschreven soort. Liedjes met huizenhoge hooks, die zich gelijk al van bij de eerste luisterbeurt knus tussen je oren nestelen. We noemen bijvoorbeeld het zich als een kat op zoek naar genegenheid behaaglijk tegen een muur van rinkelende gitaren schurende openingsnummer “That Sound”, het als een lome Motown shuffle opgevatte “The Man I Used To Be”, het hypermelodieuze “I Want You” en de mooie trage “Nothing New”. Zó en niet anders hoort popmuziek voor ons dus te klinken!

“Life In Reverse” verschijnt op 10 september aanstaande. Voorlopig zal de plaat echter enkel in het Verenigd Koninkrijk te koop aangeboden worden via Stiff Records. Later dit jaar, vanaf begin november meer bepaald, zal naar wij uit goede bron vernamen door het Duitse Blue Rose Records ook de rest van Europa ermee bestookt worden. ’t Is maar dat je het weet…

Any Trouble

Stiff Records

 

 

JASON PLUMB & THE WILLING

“Beauty In This World”

(Soccermom Records)

(2,5) J J J

 

 

Luisteren naar “Beauty In This World” van de Canadese singer-songwriter Jason Plumb had op ons zo ongeveer hetzelfde effect als het consumeren van een suikerspin op de jaarlijkse foor. De eerste happen erin waren nog best wel genietbaar, maar meer hoefde absoluut niet. Té zoet gewoon!

Plumb schreef de songs voor die nieuwe plaat van ‘m naar eigen zeggen met “strings in mind”. En dat zullen we geweten hebben ook! Het merendeel van de an sich best wel aardige liedjes verzuipt er gewoon in. En dat is jammer. Dat Plumb een aardige song in de vingers heeft bewijst hij hier immers vrijwel voortdurend. (Het gezaghebbende Britse blad Q noemde hem zelfs al “niet enkel één van Canada’s beste liedjesschrijvers, maar misschien zelfs wel van de hele wereld…”) En als de strijkers al eens even achterwege mogen blijven, dan hoor je er ook graag een zanger met een erg mooie licht hese stem in. Maar dat gebeurt dus helaas wat al té weinig. Plumb verliest zich in de perfectie benaderende adult pop, waarmee hij ongetwijfeld commercieel verantwoord aan het werk is, maar naar ons gevoel met net iets te weinig diepgang.

We hopen voor Plumb, dat zijn verkoopscijfers ons weldra mogen tegenspreken. Want verkopen zal dit allicht wél! Al was het alleen al maar omdat vlotte radiojongens flinke kluiven zullen vinden in het louter muzikaal gezien onopvallend een weinig richting Bon Jovi afdwalende “Rubbing Off On Me” en aparte covers van de Jigsaw-hit “Skyhigh” en “Hope She’ll Be Happier” van Bill Withers.

Jason Plumb

 

 

JACKSON TAYLOR

“Dark Days”

(Smith Entertainment Group)

(4) J J J J

 

 

Jackson Taylor een one trick pony, zei je? En wat dan nog? Wie erin slaagt om het muzikale erfgoed van illustere voorgangers als een Waylon Jennings, een Johnny Cash en een Billy Joe Shaver op een dergelijke aanstekelijke manier naar het hier en nu te vertalen is hier altijd welkom. Zelfs al valt hij daarbij louter muzikaal gezien dan ook regelmatig in herhaling. Want, laat daarover vooral geen twijfel bestaan, dat doet Taylor dus wel degelijk. Als je één van zijn platen gehoord hebt, dan ken je ze eigenlijk allemaal al wel zo’n beetje. Maar dat stoort hoegenaamd niet. Taylor toont zich immers keer op keer een meester in het schrijven en brengen van bijzonder catchy, op de leest der outlaws geschoeide countrydeunen. En als hij al eens aan het coveren slaat, zoals hier met de Shaver classic “Honky Tonk Heroes”, dan kwijt hij zich door de band genomen ook uitstekend van zijn taak. Billy Joe Shaver blijkt alvast een fan van ’s mans werk. “Jacksons liedjes zijn zó echt en eerlijk, dat je als luisteraar van meet af aan doorhebt, dat hij weet waarover hij het heeft, he’s been there and done that,” liet hij zich onlangs ontvallen. Of nog: “Hij schrijft en zingt zoals hij leeft, knappe songs, die als je het mij vraagt eeuwig zullen verder leven.” En dat uit de mond van een klasbak van een songsmid zoals Shaver er zelf één is, het kan al tellen als compliment, niet?

Wij waren ditmaal vooral onder de indruk van “Outlaws Ain’t Wanted Anymore”, waarin Taylor vechtlustig het huidige country establishment op de korrel neemt, dat het niet zo begrepen heeft op rebelse types zoals hij er nog één is. Ook erg knap: “Lonely”, de met een dijk van een melodie gezegende eerste single van het album, het over een van de jonge Johnny Cash afgekeken ritme heen gedrapeerde “Drinkin’ Alone”, het dicht daarbij aanleunende “Shallow Grave” en het lekker countryrockende titelnummer “Dark Days”. Dat soort van liedjes maakt van “Dark Days” een echte aanrader voor liefhebbers van “the real thing”.

Jackson Taylor

Amazon