CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES SEPTEMBER 2013

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

EMILY HERRING “Your Mistake” - JP DEN TEX Storyteller, Live At Le Perron” - CAPTAIN GUMBO “Vive Le Capitain, Captain Gumbo Live” - SMOKIN’ JOE KUBEK & BNOIS KING “Road Dog’s Life” - HAMILTON LOOMIS “Give It Back” - RANDALL BRAMBLETT “The Bright Spots” - ESQUELA “Are We Rolling?” - KIM LENZ AND THE JAGUARS “Follow Me” - ROD PICOTT “Hang Your Hopes On A Crooked Nail” - RICHARD DOBSON “Here In The Garden” - GRAINNE DUFFY “Test Of Time” - MILAGRO SAINTS “Mighty Road Songs, A Handful Of Tunes By Woody Guthrie” - CLAIRE LYNCH “Dear Sister”

 

 

EMILY HERRING “Your Mistake” (Turquoise Earring Records)

(3,5***)

Onder het motto “If it ain’t worth saying, it ain’t worth singin’,” presenteert geboren en getogen Texaanse Emily Herring ons op “Your Mistake” op twaalf nieuwe eigen liedjes. En in dat lekkere dozijntje blijkt ze op de keper beschouwd stilistisch gezien nogal wat terrein te bestrijken. Van pure country Texas style (“The Girl Could Dance”) tot de zwierig “tonkende” rockvariant daarop (het titelnummer, “Stifling Its Sound”, “Terlingua” en “Wanna Holler”), van verhalende Americana (“Prairie Lea” en “One Sip Of Water”) tot als eerder alternatief te bestempelen country (“Turquoise Earrings”), van spul met een nadrukkelijke bluesinslag (“One Steals The Load”) tot Western swing (“Austin (Ain’t Got No) City Limits”), Herring houdt er duidelijk van om regelmatig van vijvertje te veranderen! “Hers is hard-hitting-no-frills country, sung with a distinctive twang,” lazen we in verband met “Your Mistake” ergens op het web en zo is het maar net. Gaan we ons inziens dan ook ongetwijfeld nog veel meer van horen, van deze Herring!

Emily Herring

 

JP DEN TEX Storyteller, Live At Le Perron” (Cavalier Recordings / Bertus)

(3,5****)

Eén van Nederlands beste singer-songwriters van de voorbije jaren met het cd-verslag van een eind 2012 in Le Perron in Amsterdam gehouden stel intimistische gigs. Daar speelde JP Den Tex toen een door fans en vrienden via Facebook gekozen collectie liedjes, daarbij zo ongeveer z’n hele oeuvre aandoend. Van Tortilla tot nu met andere woorden. In totaal veertien liedjes daarvan werden weerhouden, aangevuld met enkele van die nummers verhelderende verhalen. Twee daarvan in het Nederlands, eentje in het Engels. Allemaal samen goed voor net geen eenenvijftig minuten bijzonder aangenaam muzikaal vertier. En een glasheldere illustratie van de vele talenten van Den Tex vooral ook. Zowel de zanger, de tekstdichter als de verteller in hem komen hier immers uitgebreid aan bod. Onze lievelingsmomenten: het ongemeen mooie “Amsterdam Harbour Suite”, “River Of Hope” en het ooit nog als een huwelijkspresentje voor een vriend gepende en hier in het Engels ingeleide “Muddy Waters On The Radio”. Voor hen die er op 29 en 30 november van vorig jaar bij waren wellicht een heel leuk souvenir, voor alle anderen een open invitatie om er bij een volgende gelegenheid zeker ook zelf bij te zijn.

JP Den Tex, Cavalier Recordings

 

CAPTAIN GUMBO “Vive Le Capitain, Captain Gumbo Live” (Red White + Blues/Music & Words)

(4****)

Geen betere manier denkbaar om je vijfentwintigste verjaardag als muzikale act te vieren dan met een album als dit! Waar is dat feestje, vroeg je? Hier is dat feestje! Zeker weten… En hier staat in dit geval voor Café XL in het Nederlandse Wageningen, alwaar Mark Söhngen (leadzang en diverse accordeons), Joost Witte (leadzang, drums en triangel), Gerard de Braconier (zang en gitaar), Jan van den Berg (zang en bas) en Jan de Ligt (sax) voor “Vive Le Capitain” voor een enthousiast publiek een twaalftal van hun eigen all-time live-favourites opdisten. Veelal heerlijk zwierig gebracht (“The back door”, “Allons à Lafayette”, “Toot toot”, de Dire Straits-cover “Walk of life”), maar bij wijze van tegengewicht her en der ook in een als eerder “blue” te omschrijven mood (“Jole Blonde”, “Tu m’a promet l’amour”). Met de nadruk naar goede gewoonte uiteraard op cajun en zydeco, maar met te gepasten tijde ook boeiende uitschuivers richting rock& roll (Chuck Berry’s “Maybellene” en het wervelende “Flemmes d’enfer”), rhythm & blues (“Ride ‘m cowboy”) en blues (“Sugar Bee”). Buitengewoon lekker “all the way”!

Captain Gumbo, Music & Words

 

SMOKIN’ JOE KUBEK & BNOIS KING “Road Dog’s Life” (Delta Groove Music)

(4****)

Na hun al bij al toch als eerder gewaagd te bestempelen vorige, het unplugged-gevalletje “Close To The Bone” vissen Smokin’ Joe Kubek en Bnois King op “Road Dog’s Life” terug in hun vertrouwde vijver. Vergezeld door schoon volk als Kid Andersen (gitaar), Randy Chortkoff (harmonica en zang), Kim Wilson (eveneens harmonica en zang), Willie J. Campbell (bas), Patrick Recob (bas) en Jimi Bott (drums) trakteert het Texaanse duo ons “this time around” gewoon opnieuw op twaalf lappen “electrified roadhouse blues”. Het betreft daarbij veelal eigen materiaal, dat slechts een tweetal keren wordt afgewisseld met een covertje. Maar dan wel niet van de minste. “Don’t Bother Me” van de Beatles wordt gebracht als een heerlijke streep nagenoeg volledig onthaaste blues rock en “Play With Fire” van de Stones sluit daar op de keper beschouwd eigenlijk naadloos bij aan, al vertoont dat laatste dan ook voorzichtig trekjes van swamp rock. Andere songs die vrijwel meteen onze voorkeur wisten weg te kapen: het verhalende en bijzonder soulvol gebrachte “Big Money Sonny”, het door Kim Wilson en Randy Chortkoff van hier uitermate gewaardeerd harmonicawerk voorziene “Nobody But You”, het lekker stomende titelnummer en vooral ook het sensuele, over een verkapt Latin-ritme neergelegde “That Look On Your Face”.

Smokin’ Joe Kubek, Delta Groove Music

 

HAMILTON LOOMIS “Give It Back” (Ham-Bone Music / Bertus)

(4****)

De in het Texaanse Galveston geboren en getogen en al op erg jonge leeftijd door de legendarische Bo Diddley opgepikte Hamilton Loomis staat al enkele decennia lang te boek als één van de interessantste hedendaagse Amerikaanse blues acts überhaupt. Ondanks een flinke – Door hemzelf overigens nooit verloochende! – beïnvloeding door diezelfde Diddley en andere oude vossen als een Joe Hughes, een Johnny Copeland, een Clarence “Gatemouth” Brown en een Albert Collins vond Loomis al vrij snel een volstrekt eigen geluid. Op het snijvlak tussen de genres blues, funk, soul en rock zoekt hij (ook nu nog) vrijwel voortdurend naar vernieuwing. En die ongebreidelde dadendrang legt hem allesbehalve windeieren. Zo wist hij zich in 2012 bijvoorbeeld nog van een plaatsje op de affiche van de jaarlijkse hoogmis van het bluesgenre in België, het BRBF in Peer, te verzekeren. En zijn buitengewoon energieke set bleek er voor velen zelfs één van dé absolute hoogtepunten.

En we keken hier dan ook echt wel uit naar ’s mans nieuwste worp. “Give It Back” heet die en hij ontgoochelt allerminst. Loomis is immers twaalf nummers lang weer zijn eigen soulvolle zelf en bewijst al even vaak een uitmuntende snarenbeul te zijn. Groovy funkend zoals in het door de vermaarde Victor Wooten voor een basgastrol aangedane titelnummer en het magistrale “Peer Pressure”, flirtend met datzelfde genre en rock tegelijk in het je ook al meteen bij het nekvel grijpende tweetal “Partner In Crime” en “High”, ongemeen soulvol zoals in de ronduit sublieme trage “A Woman Like You”, poppy zelfs zoals in het radiovriendelijke “Eternally” en het zomers lijzige “Fool Sometimes” of gewoon recht-toe-recht-aan (blues)rockend zoals in “Stuck In A Rut”, hij laat je hier als liefhebber van het genre eigenlijk gewoon nergens in de steek. En wij kunnen ons dan ook best wel voorstellen, dat de sowieso al redelijk luid klinkende roep om hem snel weer op podia hier te lande te krijgen met “Give It Back” alleen nog maar flink zal gaan toenemen.

Warm aanbevolen!

Hamilton Loomis

 

RANDALL BRAMBLETT “The Bright Spots” (New West Records / Warner Benelux)

(4****)

Al zo’n veertig jaar lang duikt de naam Randall Bramblett met enige regelmaat in behoorlijk uiteenlopende muzikale contexten op. Gregg Allman, Elvin Bishop, Bonnie Bramlett, de Atlanta Rhythm Section, Steve Winwood, Robbie Robertson, Warren Haynes, Gov’t Mule en Widespread Panic, het zijn maar enkele van de vele acts, die op de één of andere manier al beter werden van een bijdrage van de beste man. Een kanjer op zowel keyboards als sax, die Bramblett, maar bovenal ook een geweldige zanger en dito songwriter. En die twee aspecten van ‘m komen op het heerlijk gevarieerde “The Bright Spots”, zijn ondertussen toch ook alweer negende soloplaat, gelukkig opnieuw volop aan bod.

Gelijk in openingsnummer “Roll”, een lap heerlijk groovy uit de hoek komende funk ‘n’ roll, gaat Bramblett daarop lekker rauw tekeer. Vervolgens trekt hij indrukwekkende hese sporen doorheen de ons best wel wat aan de hier hoger al even genoemde Robbie Robertson solo herinnerende rootsy (rock)schuifelaar “Every Saint”, haalt ritmisch met de kont schuddend uit in het radiogenieke R&B-kleinood “’Til The Party’s All Gone”, croont zich gekund een weg naar ons aller harten in het Zuiders soulvolle “My Darling One” en toont zich van z’n meest bluesy kant in “Whatever That Is”. En dan zijn we nog maar goed en wel vijf nummers ver! Maar die vijf blijken op de keper beschouwd wel redelijk karakteristiek voor “The Bright Spots” als geheel. Alles draait hier immers zo’n beetje om een geslaagde fusie tussen elementen uit (Southern & roots) rock, R&B, soul en blues. Met als absolute uitschieter wat ons betreft het machtige, uit heel wat (van die) muzikale vaatjes tegelijk tappende en mede daardoor ontzettend sfeervolle “John The Baptist”.

Straffe plaat! Misschien zelfs wel Brambletts allerbeste tot op heden. Alleszins zijn avontuurlijkste! Duidelijk anders dan anders…

Randall Bramblett, New West Records

 

ESQUELA “Are We Rolling?” (Bovina Records)

(3,5****)

We hadden er voorafgaand aan onze eerste kennismaking met “Are We Rolling?” al heel veel goeds over gehoord en gelezen, over dit Amerikaanse collectiefje, en we kunnen al die lovende woorden na het ook zelf beluisteren van dat door de gerenommeerde Eric “Roscoe” Ambel geproduceerde schijfje van Esquela eigenlijk alleen maar bijtreden. De tien songs op de opvolger van hun al in 2010 verschenen en toen zomaar onder onze (nochtans immer alerte) radar door gevlogen debuutplaat “The Owl Has Landed” zijn immers zonder uitzondering van prima makelij. En met Rebecca Frame heeft de groep ook een ronduit uitstekende zangeres aan boord. Zij verleent aan het materiaal van Esquela het soort van soulvol randje dat de ook hier redelijk succesvolle Alabama Shakes verdanken aan de bezielde zang van hun frontvrouwe Brittany Howard. En dat mag je wat ons betreft gerust als een serieus compliment aan het adres van Frame zien!

Rebecca Frame zet zowel flink (roots)rockende (“Free Beer”, “Tossin’ And Turnin’” en “Genesee Fever”) als wat gevoeligere (“Frozen Chosin” en in iets mindere mate “No Questions”) nummers schijnbaar moeiteloos naar haar hand – of moeten we zeggen haar stem? Eén enkele keer – voor “Phone Home” met name – wordt ze achter de microfoon afgelost door bassist John “Chico” Finn, de man die samen met gitarist Keith Christopher verantwoordelijk blijkt voor het componeren van zo goed als alle hier gebrachte liedjes.

Onze favorieten? Moeten we niet al té lang over nadenken. Dat zijn de melodieuze countryrockertjes “Free Bird” en “Too Far Left” en het ook al erg snedig gebrachte “My Friend”.

Esquela

 

KIM LENZ AND THE JAGUARS “Follow Me” (Riley Records)

(5*****)

Het leven houdt soms behoorlijk rare verrassingen voor je in petto. Dat mocht rockabillydiva Kim Lenz ervaren vrij kort na het verschijnen van haar vorige cd. “It’s All True!” heette die plaat nog, maar net dat bleek voor de vurige roodharige nu niet het geval. Ze kwam er immers achter, dat ze door “haar ouders” op jonge leeftijd geadopteerd werd en dat die erin geslaagd waren om dat gegeven haar hele leven lang voor haar verborgen te houden. En met die ontdekking ging er dan ook nog eens een hele stortvloed aan nare herinneringen gepaard, die zich door de anders zo vitale Lenz niet zomaar een-twee-drie verwerken lieten. En tot overmaat van ramp verloor ze net in diezelfde periode ook nog eens haar maatje Nick Curran. De gitarist van haar Jaguars overleed immers aan kanker.

En het zou dan ook vier jaar duren voor de opvolger van “It’s All True!” er kwam. Een soort van “break-up record” noemde Lenz die plaat onlangs zelf. Maar dan niet in de traditionele betekenis van die omschrijving. Ze had het veel meer over een breuk met haar eigen leven tot op heden.  En dat resulteerde onder meer ook in een volledig nieuwe Jaguars-line-up. Een opvolger voor de overleden Curran vond ze na lang zoeken in de legendarische Carl Sonny Leyland. Die stemde er tot haar grote verbazing mee in om haar een handje te helpen bij het uitwerken van haar ideeën. Hij tekende uiteindelijk niet enkel voor de productie van “Follow Me”, maar gaf ‘m bovendien ook nog eens flink van jetje op respectievelijk piano, gitaar en banjo. Verder bestaan de Jaguars dezer dagen uit Ramon Espinoza (leadgitaar), Ashley Kingman (gitaar, baritongitaar, mandoline en banjo), Kevin Stewart (bas) en Kevin O’Connor (drums). En als gasten kwamen voor “Follow Me” bovendien ook nog Shorty Poole (steelgitaar op het heerlijk twangy ingevulde en nadrukkelijk naar country neigende “Shadows On The Old Bayou”), James Stevens (akoestische gitaar in het bezwerende “Deejay”), Ron Dziuba (tenor- en baritonsax in het op swingende wijze met een R&B-motiefje stoeiende “Three-Cornered Heart” en de wervelende, pianogestuurde afsluiter “Trust No One”) en collega Dawn Shipley (wat harmony vocals) even langs.

Samen tekenden ze voor de naar onze bescheiden mening avontuurlijkste Lenz-plaat so far. Zowel wat betreft het inhoudelijke apect als de vormgeving van haar songs schuwt “Ms. Lenz” aan de hand van Leyland duidelijk geen risico’s meer. Van klassieke “no frills rockabilly” (openingsnummer “Pay Dearly”) tot net niet uitdrukkelijk lust belovende exotica (titelnummer “Follow Me”), van frenetische, een weinig naar jazz en blues overhellende Americana (“Deejay”) tot rock & roll pur sang (“Tumble And Fall” en “Cry Wolf”), van stuiterend, tegelijk een weinig aan de grote Bo Diddley en rolmodel Wanda Jackson refererend spul (“Whiplash”) tot een heuse lome achterbuurten-bluessleper (“Ghost Of You”), van onweerstaanbare hillbilly stuff (“Number One Reason” en de hier al eerder genoemde Johnny Horton-cover “Shadows On The Old Bayou”) tot extreem radiogenieke R&B (“Trust No One” en “Three-Cornered Heart”) of een klassieke honky-tonk-trage (het quasi dronken gebrachte “Right Here With Me” van Ramon Espinoza), klaarblijkelijk opnieuw barstend van de energie sleurt Lenz ons hier vrijwel voortdurend van de ene hoek van het rootsrockcanvas naar de andere. En zo mogen wij het maar wat graag hebben natuurlijk! Een echte dijk van een plaat is het resultaat!

Kim Lenz And The Jaguars

 

ROD PICOTT “Hang Your Hopes On A Crooked Nail” (Welding Rod Records)

(4****)

Oorspronkelijk was het nog zijn bedoeling geweest om zijn nieuwe cd net als zijn lopende tournee de titel “Circus Of Misery And Heartbreak” mee te geven, maar van dat idee stapte Rod Picott uiteindelijk toch maar af. “The record just didn’t really feel like that,” aldus de man zelf al lachend, “it didn’t feel as buoyant as that.” Uiteindelijk opteerde hij voor “Hang Your Hopes On A Crooked Nail”, een zinsnede ontleend aan “”Dreams”, één van de elf liedjes op die nieuwe van ‘m. Een plaat, geproduceerd door de gerenommeerde R.S. Field, bekend van zijn geslaagde werk met anderen als een Billy Joe Shaver, een Hayes Carll en een Justin Townes Earle. Die Field kon Picott zich veroorloven dankzij een meer dan geslaagde “fund-raising campaign” via Kickstarter. En terugbetalen doet hij zijn gulle fans – waaronder ook ondergetekende by the way – met zijn zonder meer meest verzorgde plaat tot op heden. Daarop nogal wat introspectieve momenten, die Picott aangrijpt om z’n recentelijk stukgelopen relatie van zich af te schrijven. We noemen in dat verband graag het fraaie viertal “You’re Not Missing Anything”, “I Might Be Broken Now”, “Memory” en “All The Broken Parts”. Vier liedjes, die garant staan voor “vintage Picott”. En dat betekent: fijne melodieën, goudeerlijke teksten en uiteraard ook weer die heerlijk emotionele “gritty” zang van ‘m. Hét absolute hoogtepunt van “Hang Your Hopes On A Crooked Nail” is wat ons betreft echter een ander nummer. Meer bepaald “Milkweed”. Daarin blikt de nu 48-jarige Picott buitengewoon innemend vooruit op de grote leegte die het alsmaar dichter komende einde van z’n vader met zich mee zal gaan brengen. Bijna vier minuten kippenvel gegarandeerd! Verder ook nog héél erg mooi: het atmosferische “Nobody Knows” en het pittig rockende “Where No One Knows My Name”, dat Picott schreef met zijn maatjes Slaid Cleaves en George Wirth.

Rod Picott

 

RICHARD DOBSON “Here In The Garden” (Brambus Records)

(4****)

De sinds jaar en dag in Zwitserland residerende Texaanse songsmid Richard Dobson is met “Here In The Garden” ondertussen al aan zijn eenentwintigste plaat toe. En daarmee bewijst de “Ernest Hemingway of Country music”, zoals collega Nanci Griffith hem ooit liefdevol omschreef, andermaal dat hij zijn plaatsje naast veel gerenommeerdere collega’s als een Townes Van Zandt, een Guy Clark, een Rodney Crowell en een Steve Earle al lang meer dan waard is. Elf nummers lang levert hij niets minder dan top-country en -Americana af. Singer-songwriter-spul van de werkelijk bovenste plank.

Materiaal, dat ons stilistisch gezien en inhoudelijk soms inderdaad wel wat aan Hemingway herinnerde. Soms. Een enkele keer gaat hij ook de filosofische toer op (in het door Carl Gustav Jung geïnspireerde titelnummer “Here In The Garden” met name). Elders laat hij zich vooral leiden door wat hij om zich heen ziet en wat hij daarbij voelt (“Black Crow” en “I Hear Singing”). Dankbare onderwerpen blijken verder onder meer ook nog de maan (“The Moon Is For Lovers”), de tijd (“It’s About Time”) en momenten door hemzelf doorgebracht op de één of andere rivier (“One To Run The River With”). Even geeft hij zich ook over aan een heuse mini-Western (“The Stage At Leipers Fork”). Of aan het beklijvende verhaal van een geconfedereerde soldaat, die in de Civil War een arm verloor en na zijn thuiskomst Mississippi al snel weer verliet om een onzekere toekomst in Texas tegemoet te gaan (“GTT – Gone To Texas”).

Dobson tekende samen met z’n long time buddy Thom Jutz zelf voor de werkelijk vlekkeloze productie van “Here In The Garden”. Die Jutz stond voorts ook in voor wat gezongen bijdragen en het nodige gitaarwerk en bespeelde de piano voor “I Hear Singing” en de mandoline voor “One To Run The River With”. En verder mocht Dobson ook nog rekenen op de steun van een stel fijne muzikanten uit Nashville en omstreken. Met name Mark Fain (staande en elektrische bas), Lynn Williams (drums en percussie), Justin Moses (fiddle, mandoline en banjo) en Aaron Till (fiddle en mandoline).

Richard Dobson, Brambus Records

 

GRAINNE DUFFY “Test Of Time” (Grainne Duffy / Music & Words)

(4****)

Deze jonge Ierse mag je wat ons betreft rustig in één en dezelfde adem noemen met andere veelbelovende youngsters als een Kara Grainger, een Treasa Levasseur en aanverwanten. En met de grote Bonnie Raitt dus ook wel! Want in haar kielzog zijn ze eigenlijk allemaal actief. De één al beter dan de ander. En van deze Duffy zijn wij echt wel serieus onder de indruk. De elf songs van haar tweede cd “Test Of Time” schreef ze zonder uitzondering zelf. En met haar ongemeen soulvolle manier van zingen en haar al even knappe gitaarspel toont ze zich nadrukkelijk “a triple threat”. Al is “a triple treat” misschien wel meer op z’n plaats, want God wat smaakt dit allemaal lekker! Van het zomers soulvol uit de luidsprekers spattende “Everyday” tot het wat rockender opgevatte “Let Me In”, van het z’n titel in grote lijnen negerende en ongegeneerd met R&B stoeiende “Rockin’ Rollin’ Stone” tot het licht reggae-esk ingevulde rootsy slepertje “Sweet Sweet Baby”, van het uitermate voor radiogebruik geschikte (poppy) titelnummer tot het funky “Don’t You Remember” en andere, dit is van begin tot einde spul om duimen en vingers bij af te likken. En Grainne Duffy? Da’s een héél grote in wording! Let op onze woorden…

Grainne Duffy, Music& Words

 

MILAGRO SAINTS “Mighty Road Songs, A Handful Of Tunes By Woody Guthrie” (Milagro Saints / Moon Caravan Records)

(3,5****)

Om te vieren dat ze reeds ten tweeden male werden uitgenodigd om te gaan spelen op het vermaarde Woody Guthrie Folk Festival in Okemah, Oklahoma besloten die van de Milagro Saints om bij wijze van bedankje vlug-vlug een aantal van de songs van de aan de basis van dat gebeuren liggende folklegende in te blikken. Het betreft daarbij het (eerder voor de hand liggende) zestal “Vigilante Man”, “I Ain’t Got No Home”, “Do-Re-Mi”, “Pastures Of Plenty”, “Old Dusty Road Campfire” en “Blowin’ Down This Old Dusty Road”. En die liedjes worden in een productie van groepslid Jick Wins-Low gebracht in een soort van rootsy, bij momenten lekker rockende Americana-stijl, waaraan met name fans van acts als Dylan, de jonge Van Morrison en The Band zich beslist geen buil zullen vallen. Heel leuk vonden wij met name de met het nodige koperwerk opgewaardeerde Milagro Saints-lezing van “I Ain’t Got No Home” en het met heel veel gevoel gebrachte “Pastures Of Plenty”. Leuk zonder meer.

Milagro Saints, CD Baby

 

CLAIRE LYNCH “Dear Sister” (Compass Records)

(4****)

Op vrijdag 30 augustus aanstaande treden Claire Lynch en haar band aan op de eerste editie van het Country Festival te Groot-Gelmen (Sint-Truiden). En dat zou best wel eens een heel erg goed optreden kunnen gaan worden. Een uitspraak, waarvoor we ons hier baseren op haar zopas verschenen nieuwe cd “Dear Sister”. Dat is immers een zoveelste Lynch-pareltje geworden. Met als stralend middelpunt van de belangstelling uiteraard ook ditmaal weer de kristalheldere stem van de artieste zelf. Zich omringd wetend door haar uit Bryan McDowell (fiddle, mandoline, harmony vocals), Matt Wingate (gitaar, mandoline, harmony vocals) en Mark Schatz (staande bas, clawhammer banjo, clogging, hambone) bestaande eigen band en kleppers van muzikale gasten als een Tim O’Brien, een Alison Brown, een Rob Ickes, een Larry Atamanuik, een Kenny Malone en anderen zingt Lynch op “Dear Sister” met uitermate veel gevoel weer tien nummers lang de sterren van de hemel naar beneden. Een vijftal daarvan blijken eigen liedjes. Die schreef ze samen met Don Dunn, Craig Fuller, Irene Kelley en Louisa Branscomb. De overige vijf zijn covers van materiaal van Bobby Osborne & Pete Gobel (“I’ll Be Alright Tomorrow”), Pierce Pettis (“That Kind Of Love”), Sarah Siskind (“Everybody Knows I’ve Been Crying” en het met Al Anderson gepende “Doin’ Time”) en Martha Scanlan (“Buttermilk Road / The Arbours”). Onze lievelingsmomenten, wou je weten? Wel, dat zijn het samen met Tim O’Brien gebrachte “Doin’ Time”, het bepaald innemende, inhoudelijk naar onlangs teruggevonden brieven van ten tijde van de Civil War teruggrijpende titelnummer en vooral ook de werkelijk verbluffend mooie trage “Everybody Knows I’ve Been Crying”. Bluegrass en nadrukkelijk aan datzelfde genre verwante folk en Americana van het werkelijk allerbeste soort! Spul bestemd voor fijnproevers!

Claire Lynch, Compass Records

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home