CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES SEPTEMBER 2016

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:        

ANTHONY D’AMATO “Cold Snap” - LEFT LANE CRUISER “Beck In Black” - RODNEY PARKER & 50 PESO REWARD “Bomber Heights” - SHOVELS AND ROPE “Little Seeds” - RANDALL BRAMBLETT “Devil Music” - LIBBY KOCH “Just Move On” - JENNY BERKEL “Pale Moon Kid” - JOSEPH PARSONS “The Field The Forest” - DYNAMITE BLUES BAND “Kill Me With Your Love” - JON BODEN “Painted Lady” - NICK MOSS BAND “From The Root To The Fruit” - MATT HARLAN & RACHEL JONES “In The Dark” - ANNA ELIZABETH LAUBE “Tree” - TINSLEY ELLIS “Red Clay Soul” - PHIL BEE’S FREEDOM “Memphis Moon” - SOUTH AUSTIN MOONLIGHTERS “Ghost Of A Small Town” - FREAKWATER “Scheherazade” - WILLIAM HARRIES GRAHAM “Foreign Fields” - CLAIRE LYNCH “North By South”

 

 

ANTHONY D’AMATO “Cold Snap” (New West Records / PIAS)

(4,5*****)

Net als voorganger “The Shipwreck From The Shore” van twee jaar geleden is ook “Cold Snap”, de nieuwe van de jonge Amerikaanse songsmid Anthony D’Amato, weer een echte dijk van een plaat geworden. In een productie van de je onder meer ook van zijn werk met Bright Eyes en First Aid Kit bekende Mike Mogis slaat hij wat je noemt een onvervalste homerun. “Cold Snap” is een bijna voortdurend de perfectie benaderend geheel dat met name bij liefhebbers van het materiaal van acts als het al genoemde Bright Eyes, Josh Ritter, Josh Rouse, Sufjan Stevens en aanverwanten erg hoge ogen zou moeten kunnen gooien. Folk based spul maar dan wel met nadrukkelijke uitlopers richting zowel Americana, pop als rock. En behoorlijk weelderig uitgedost bovendien ook, met zo menig een onverwachte instrumentale gast.

In zijn teksten gaat D’Amato ditmaal vooral in op de kloof gapend tussen perceptie en realiteit, tussen projectie en waarheid, tussen wie we zijn en hoe we door anderen worden gezien. Een hoogst interessant uitgangspunt, moet ik zeggen. Vandaag de dag meer dan ooit.

Bijgestaan werd D’Amato bij het inblikken van “Cold Snap” onder meer door Conor Oberst van Bright Eyes en leden van zowel The Faint als Cursive. Met z’n allen zorgen zij voor een bij momenten aardig overweldigend geluid. Ongelooflijk rijk aan detail, tot in de puntjes verzorgd, echt ideaal als achtergrond voor de even markante als krachtige stem van D’Amato zelf.

Hoogtepunten noemen heeft hier wat mij betreft echt geen enkele zin. “Cold Snap” kent immers absoluut geen zwakkere momenten. Het album staat integendeel juist ontzettend sterk als geheel.

Anthony D’Amato

 

LEFT LANE CRUISER “Beck In Black” (Alive Naturalsound Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

“Beck In Black” – Leuke woordspeling! – is een door Brenn “Sausage Paw” Beck, de voormalige drummer van die groep, samengestelde compilatie met Left Lane Cruiser-liedjes van hun eerste albums voor Alive Naturalsound Records. Die werden geremasterd en aangevuld met een zestal niet eerder verkrijgbare deunen.

De meest in het oog springende daarvan is een werkelijk fantastische swampy cover van Hoyt Axtons klassieker “The Pusher”. Niet voor niets allicht de lijsttrekker van deze in totaal veertien eenheden trashed-out punk blues bevattende collectie. Een aftrap in stijl! Andere nieuwigheden zijn het ook al heel erg groovy aandoende “Bloodhound”, Becks signature song “Sausage Paw”, het wat bedaardere “Maybe” en het afsluitende duo bestaande uit de frenetieke boogie rocker “Chicken” en een instrumentale versie van “Juice To Get Loose”.

Oude bekenden zijn dan weer “Circus”, “G Bob”, “Zombie Blocked”, het met Jim Diamond gebrachte “Chevrolet”, “Crackalacka”, het met labelmaatje James Leg gedeelde “Hip Hop”, “Heavy” en “Amy’s In The Kitchen”.

Left Lane Cruiser       

 

RODNEY PARKER & 50 PESO REWARD “Bomber Heights” (RP50PR)

(3,5****)

Na het geslaagde EP-duo “The Apology: Parts 1 & 2” schotelen Rodney Parker en de zijnen ons met “Bomber Heights” eindelijk opnieuw een volwaardige langspeler voor. Negen nummers telt dat door de onder meer ook van zijn werk met Justin Townes Earle en Centro-Matic bekende Matt Pence geproduceerde nieuwe album. En die staan op de keper beschouwd voor een flinke stap vooruit. In die zin, dat Parker en z’n maats er hun horizonten aardig op verruimen. Niet langer nadrukkelijk hengelend naar commercieel succes, noch naar gemakkelijke airplay vinden ze haast en passant een volstrekt eigen niche binnen het huidige Red Dirt-aanbod.

Het album, dat z’n titel ontleende aan de naam van een buurt in Parkers nieuwe thuishaven Fort Worth, vormt als het ware een breekijzer om uit het voor de heren stilaan benauwend werkende keurslijf van Americana te ontsnappen. Zonder daarbij hun roots volledig te verloochenen nemen Parker en die van 50 Peso Reward met “Bomber Heights” vastberaden het risico om ons met een beduidend meer rockgeoriënteerd geluid te overvallen. En dat was toch wel even wennen.

Melodieus spul à la opener “Steppin’ Into The Sunshine”, “Skin And Bones” en “The Road Between None And Some” krijgt daardoor paradoxaal genoeg juist iets radiogenieks mee. Al hebben we het dan wel over radiogeniek in de zin van uitermate geschikt voor indie stations. Zoals bijvoorbeeld ook de Replacements dat indertijd waren.

Wat alleszins gebleven is, zijn de warmbloedige vocals van Parker zelve, diens immer pakkende liedjes en het vakmanschap van alle al langer bij het project betrokkenen. Het wellicht allermooiste voorbeeld daarvan is het mede door de blazersbijdragen daaraan bepaald soulvol uitgevallen “The Day Is Coming”. Dat is voor ons alvast de primus inter pares hier. En dat met als dichtste achtervolger de snedige Americana rock van “Night In My Hand”.

Rodney Parker & 50 Peso Reward        

 

SHOVELS AND ROPE “Little Seeds” (New West Records / PIAS)

(5*****)      

Ladies and gentlemen, we’ve got ourselves a winner… Een volbloed-plaat van het jaar! Een regelrechte moordschijf! Een album dat Americana eigenhandig naar een beduidend hoger niveau tilt. Verantwoordelijken daarvoor? De muzikale echtelieden Michael Trent en Cary Ann Hearst. Het tweetal dat onder de vlag Shovels And Rope de voorbije jaren al meermaals in uiterst gunstige zin van zich deed spreken. Wij denken daarbij graag nog eens terug aan het trio voorgangers bestaande uit “O’Be Joyful”, “Swimmin’ Time” en “Busted Jukebox, Volume 1”. Stuk voor stuk verplicht aanwezigen in elke zichzelf respecterende Americana-platencollectie.

En dat is nieuwe worp “Little Seeds” alleen nog maar meer. Dat is immers ontegensprekelijk Shovels And Rope’s meest avontuurlijke plaat tot op heden geworden. Nieuw terrein wordt verkend en dat op een werkelijk onwaarschijnlijk creatieve manier. Alsof de White Stripes Americana aan het snuiven zijn gegaan, zoiets…

Uitgangspunt voor het inhoudelijke aspect van “Little Seeds” vormden twee recente gebeurtenissen, die het leven van onze twee protagonisten aardig op z’n kop zetten. Eerst en vooral was er natuurlijk de geboorte van hun eerste kindje samen. Maar een misschien nog wel ingrijpender gegeven dan dat was het intrekken van Trents ouders bij het koppel, een situatie ingegeven door de snel achteruitgaande gezondheidstoestand van z’n vader bij wie de ziekte van Alzheimer werd vastgesteld. Nieuw leven versus het knagende besef van de eigen sterfelijkheid, de cirkel zo’n beetje rond zou je denken, maar dat natuurlijk niet zonder de aan beide gebeurtenissen eigen gevolgen en al zeker niet zonder het nodige getob.

Denkwerk over de toestand van Trents vader leverde ons inziens alvast enkele van de allermooiste momenten van “Little Seeds” op. Zo is er om te beginnen het ingetogen, z’n titel werkelijk alle eer aandoende “Mourning Song”. Daarin springt Trent op geniale wijze om met de vraag hoe het voor zijn moeder zal zijn als zijn vader er niet meer is. Echt een heerlijk liedje! Instant herkenbaar voor al wie ooit met hetzelfde gegeven geconfronteerd werd. De springerige uptempo popdeun “Invisible Man” gaat van zijn kant dan weer in op het onvermogen van Trents vader om nog langer alles geestelijk te kunnen bevatten. En het moet gezegd: ook dat is weer een geweldig liedje.

Andere echte topmomenten van “Little Seeds” vonden wij hier met name de meteen door de fijne samenzang van Trent en Heard erin opvallende hommage aan het adres van Garth Hudson van The Band “The Last Hawk”, “Botched Execution”, het tegen een muzikaal grimmige achtergrond neergelegde verhaal van een veroordeelde op de vlucht, en “Missionary Ridge”, nog zo’n sublieme story song, teruggrijpend naar het nakende einde van de Civil War in 1863. En dan vergaten we bijna nog het sonoor gedeclameerde, de maasaschietpartij in de Emanuel African Methodist Episcopal Church in Charleston een plaatsje gevende “BWYR” en het zich catchy stompend over hun eigen relatie buigende “Buffalo Nickel”.

Shovels And Rope

 

RANDALL BRAMBLETT “Devil Music” (New West Records / PIAS)

(4,5*****)

“I’m pullin’ from a deep well on this album,” aldus Randall Bramblett recentelijk over zijn nieuwe worp “Devil Music”. “It’s my experience of black and white culture in the south, and how it feels to grow up here with all the religion and pain and conflict and joy – and then there’s all that dancing…” Het blijken op de keper beschouwd veelbetekenende woorden. ‘s Mans tiende worp tot op heden is immers een behoorlijk intense bedoening geworden. Devil music indeed.

Centraal nummer is ontegensprekelijk het titelstuk. In dat beklijvende streepje swamp funk buigt onze man zich over de relatie tussen blues legend Howlin’ Wolf en diens moeder. Die zag in haar zoon een ware verpersoonlijking van de duivel. Die muziek, weet u wel… Meteen een allereerste highlight. En zo volgen er nogal wat! Van het over heerlijk funky gitaarwerk wegrockende “Bottom Of The Ocean” en het onder meer door de fameuze slidebijdragen van gast Derek Trucks eraan hoogst bevreemd werkende “Angel Child” over het door Chuck Leavell pianogewijs van een serieuze shot boogie bediende “Reptile Pilot” tot het bepaald creepy neergelegde “Whiskey Headed Woman” en de knappe Southern rocker “Strong Love”. Maar hét echte klapstuk van “Devil Music” is voor ons toch openingsnummer “Dead In The Water”. Dat swampy kleinood heeft echt alles om het binnen afzienbare tijd erg ver te gaan schoppen. Onder meer ook een geweldige gitaarbijdrage van voormalig Dire Straits-kopstuk Mark Knopfler.

Ronduit verslavend werkend spul! En echt wel Brambletts allerbeste so far.

Randall Bramblett

 

LIBBY KOCH “Just Move On” (Berkalin Records)

(3,5****)

Als je, zoals Libby Koch, een carrière als succesvolle advocate achter je laat in ruil voor een toch relatief onzeker bestaan als muzikante, dan getuigt dat ons inziens niet enkel van een kloek stel balls maar vooral ook van een rotsvaste overtuiging in jezelf. En dat volkomen terecht ook. Dat bewijst de volbloed-Texaanse nog maar eens ten voeten uit op haar nieuwe worp “Just Move On”.

Op die opvolger van het twee jaar geleden verschenen “Tennessee Colony” pakt ze uit met elf nieuwe “cryin’ and leavin’ country songs”. Eerder klassiek uitgevallen countrydeuntjes, zeg maar, met zo nu en dan een zekere hang naar Americana, gedragen door een stem als het ware voorbestemd om precies in die niche actief te zijn.

Voor de productie van “Just Move On” tekende de gerenommeerde Bill VornDick. En hij mocht in de studio naast Koch zelve verder onder meer ook nog Bruce Dees, Bob en Lynn Williams, Sonny Garrish, Glenn Worf, Bobby Ogdin, Aubrey Haynie, Michael Black, Eric Brace, Vickie Carrico en Andrea Zonn begroeten. Een uitstekend team, als u het ons vraagt!

Onze luistertips: het klaaglijke, met name door de fraaie wisselwerking tussen de steel van Garrish en de stem van Koch erin opvallende “Don’t Know How”, de fijne poppy Americana van titelnummer “Just Move On” en vooral ook de gloedvolle afsluitende ballad “Wish You Were Here”. Drie prima voorbeelden van het we zouden haast zeggen onopvallend goede songmateriaal van Koch.

Libby Koch

 

JENNY BERKEL “Pale Moon Kid” (Pheromone Rec. / Suburban)

(4,5*****)

De kans dat u de jonge Canadese Jenny Berkel al kent lijkt ons eerlijk gezegd redelijk groot. Misschien niet van haar nochtans erg knappe debuutplaat “Here On A Wire” van ondertussen zo’n jaar of vier geleden, maar zeker wél als de heerlijke stem achter Daniel Romano in diens begeleidingsgroep The Trilliums. En die Romano is het ook, die voor de productie van haar zogeheten moeilijke tweede tekende. “Pale Moon Kid” heet die en hij bevat netjes verspreid over een A- en een B-kantje elf nieuwe Berkel-liedjes.

Liedjes die vrijwel meteen opvallen door hun sterk poëtische karakter, maar misschien nog wel meer door hun evocatieve aard. Met Berkels weelderige stem als sterkste troef zonder meer. En met de fijne gitaarbijdragen van grootmeester Romano zelve eigenlijk alleen maar als aangename surplusjes. In de schemerzone tussen pop, rock, folk en Americana goed voor dik zesendertig minuten van een welhaast onaardse schoonheid. Seductief als een Margo Timmins en een Hope Sandoval in hun hoogdagen. En daarmee zou u eigenlijk genoeg moeten weten.

Mocht dat toch nog niet het geval zijn, dan raden we u bij wijze van introductie een korte luisterbeurt naar het trio “Half Dream”, “St. Denis” en “Pale Moon” aan. Na die drie ingetogen songschoonheden bent ook u gegarandeerd verkocht voor het leven. Wedje?

Jenny Berkel

 

JOSEPH PARSONS “The Field The Forest” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

“The Field The Forest”, het nieuwe album van Joseph Parsons, valt in eerste instantie op door z’n wat aparte vormgeving. Het blijkt daarbij immers niet om een klassieke cd maar om twee EP’s te gaan, die elk een ander facet van de songsmid Parsons lijken te willen belichten. De zes het radiovriendelijke “The Field” bevolkende liedjes blijken bij nader inzicht uiteenzettingen over de thema’s relaties en verlossing. De zes op het een pak snediger ingevulde “The Forest” zoeken hun weg doorheen onderwerpen als sterfelijkheid, oorlog en liefde.

Persoonlijk ging mijn voorkeur uit naar “The Field”. Dat bevat met de fraaie rootspopdeun “Berlin”, het moody liefdesliedje “Don’t Belong” en het vertederende “Fragile Moon” de naar mijn gevoel drie sterkste liedjes van Parsons’ nieuwe worp. Van “The Forest” bleven me vooral het een aardig eindje wegrockende “Scream” en de mooie folky afsluiter “Horizon” bij.

Voor de productie van “The Field The Forest” tekende Parsons zelf. Inspelen deed hij (zang, akoestische gitaar en keyboard) het geheel samen met Ross Bellenoit (elektrische, akoestische en baritongitaren), Sven Hansen (drums en percussie) en Freddi Lubitz (bas en backing vocals). En gastbijdragen waren er voorts ook nog van Axel Steinbiss (piano, Wurlitzer, Hammond en mellotron), Lisa Kezer (backing vocals) en Tom Albrecht (keyboards).

Joseph Parsons

 

DYNAMITE BLUES BAND “Kill Me With Your Love” (Dynamite Blues Band / Sonic Rendezvous)

(4****)

Album nummer twee voor de Nederlandse Dynamite Blues Band. En wat voor één! Op de opvolger van hun twee jaar geleden verschenen debuutplaat “Shakedown & Boogie” knallen de je wellicht ook wel van hun periode bij Big Blind bekende Wesley van Werkhoven (zang, harmonica en piano), JJ van Duijn (gitaar) en Niels Duindam (drums) er in het gezelschap van Renzo van Leeuwen (bas) een aardig eindje op los. Hun nieuwe schijf bulkt werkelijk van de nummers waarvan je al na één enkele beluistering weet, dat ze binnenkort live weer flink stukken zullen gaan maken. Heerlijk vuig en vettig allemaal!

Van het wervelend rockende openingssalvo “Even If You Want To” tot de hypernerveuze boogiehybride “Trash And Rumors”, van het aanstekelijk stuiterend al snel in gure muzikale achterbuurten verzeild gerakende “Dirty Minded” tot het met fijn smoelschuifwerk ingeleide titelnummer, van de nog volop naar klassieke R&B geurende trage “Strong Love” tot het stomende, met fantastische blazers opgewaardeerde “Dynamite Momma”, het lekker creepy ingevulde “The Big Unknown” en alles wat dan nog volgen moet, zo hebben wij onze bluescocktail dus graag, zie!

Absoluut niet te missen!

Dynamite Blues Band

 

JON BODEN “Painted Lady” (Navigator Records)

(3,5****)

Bellowhead is niet meer. Dat las u hier naar aanleiding van het fantastische “Bellowhead Live: The Farewell Tour” al eerder. En dus lijkt de tijd rijp om de solocarrière van kopstuk Jon Boden een duwtje in de rug te geven. Iets wat in eerste instantie te gebeuren staat met een heruitgave van ’s mans al in 2006 verschenen debuut. Naar aanleiding van de tiende verjaardag ervan zal label Navigator Records “Painted Lady” uitgebreid met een drietal bonus tracks opnieuw uitbrengen. Op 30 september aanstaande meer bepaald.

Voor wie de plaat nog niet kennen zou wacht er een stevige verrassing. En al zeker als de aanleiding tot het checken ervan Bodens werk met Bellowhead zou zijn. Dit is immers geheel en al andere koek. Dit komt uit een flink wat vreemdere hoek. Een veel donkerdere ook. En het is derhalve ook niet eenvoudig met woorden te vatten. “An album of distorted love songs,” lazen we ergens. En hoe juist dat ook is, toch zegt het maar weinig over “Painted Lady”. Zeker wat betreft het muzikale aspect ervan dan.

Boden mag nu eenmaal graag experimenteren. Het ene moment klinkt hij nog redelijk traditioneel, als een soort van eigentijdse Nick Drake op de keper beschouwd. Het andere laat hij zich nog nauwelijks stilistische beperkingen opleggen. Zijn akoestische folkidioom uitbreidend met rauwe elektrische gitaarbijdragen en zelfs wat gestoei met eigentijdse elektronica. En dat werkt bij momenten aardig bevreemdend. Onze gedachten dwaalden zo terloops bijvoorbeeld af tot bij een Tom Waits, een Jimi Hendrix en zelfs een Kate Bush.

Onze ook nu weer onverbintelijke luistertips: het aardig Waitsiaans aandoende rammelaartje “Get A Little Something”, het ijl-sfeervolle titelnummer en het op hoogst eigenzinnige wijze één van Whitney Houstons grootste hits tot ware folkkunst verheffende “I Want To Dance With Somebody”, één van de drie bonus tracks aan het einde van het geheel.

Jon Boden

 

NICK MOSS BAND “From The Root To The Fruit” (Blue Bela Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Met “From The Root To The Fruit” flikken blues maestro Nick Moss en z’n kompanen ons een eigenaardig kunstje. Op dat in twee zo goed als totaal verschillende helften uiteengevallen geheel blikken ze enerzijds terug op hun verleden, anderzijds vooruit naar de toekomst. Eén cd met aandacht voor hun roots dus, één met wat ze zelf de vruchten van hun noeste arbeid noemen, de fruits. Al bij al eigenlijk een soort van carrièreretrospectieve, maar dan wel één met louter nieuwe songs.

Chicago blues met uitlopers richting Texas swing en klassieke shuffles versus materiaal waarin het vernieuwende aspect van veel groter belang is. Terugvallen op vertrouwde structuren versus eindeloze improvisatiemomenten. Het verdeelde op de keper beschouwd niet enkel het album in twee duidelijke helften, maar ook ons gevoel ten aanzien ervan. Laaiend enthousiasme voor het naar Moss’ roots teruggrijpende eerste schijfje versus compleet tegenovergestelde gevoelens voor de fruits. Mochten de twee apart te koop worden aangeboden, dan zouden we de eerste cd van ganser harte aanbevelen, maar de tweede, tja... Al moeten we wel toegeven, dat de soulvolle zang van Michael Ledbetter ons ook daarop bij tijd en wijle flink wist te bekoren. En al zeker in de wat tragere stukken.

Bekende gasten die aan “From The Root To The Fruit” hun medewerking verleenden zijn David Hidalgo van Los Lobos, Jason Ricci en Sax Gordon. Voor de productie ervan tekende Nick Moss zelf.

Nick Moss Band

 

MATT HARLAN & RACHEL JONES “In The Dark” (Berkalin Records / Lucky Dice Music)

(4,5*****)

Gedurende de maand oktober zakt Matt Harlan andermaal naar onze kontreien af. Een Belgisch optreden zit er ditmaal helaas niet in, maar hij en zijn partner Rachel Jones zullen wel uitgebreid toeren doorheen Nederland. Met tot hiertoe bevestigde haltes in Den Haag, Grootschermer, Steendam, Groningen, Amsterdam, Middelburg, Utrecht, Hieslum en Eindhoven. En misschien zit daar wel iets tussen wat in je agenda past. Het is alleszins de moeite van het proberen waard, want de twee zullen er hun fantastische eerste cd samen komen voorstellen.

“In The Dark” heet dat schijfje en het is eigenlijk gewoon een logisch vervolg op “Raven Hotel”, Harlans vorige, want ook daarop was Jones al uitgebreid te horen. Acht liedjes prijken er in totaal op. En dat brengt ons meteen bij het enige puntje van kritiek dat we er hier op hebben. Met nog geen zevenentwintig minuten speeltijd is “In The Dark” immers aan de eerder korte kant uitgevallen. Bij een volgende gelegenheid toch maar iets meer graag! En al zeker als het van de kwaliteit van het hier gebodene kan zijn!

Harlan bevestigt met de eigen liedjes op “In The Dark” immers andermaal z’n plaatsje net achter groten als een Townes Van Zandt en een Guy Clark waard te zijn. Veel meer dan twee mooie stemmen en een akoestische gitaar is er niet nodig om een diepe indruk na te laten. Alles draait om de eenvoud, weet je wel. Al gebiedt eerlijkheid ons wel ook occasionele bijdragen van Tony Barilla op accordeon en keys, Steve Candelari op drums en Willy T Golden op lap steel te vermelden. Gewoon kwestie van toch wat variatie te garanderen wellicht.

Ver zoeken doet Harlan de onderwerpen voor zijn teksten ook ditmaal weer niet. Met name het dagelijkse leven blijkt andermaal een dankbaar gegeven. Liefde, leed, labeur, het eigen muzikantenbestaan, het zijn maar enkele van de items die daarbij aan bod komen. Onze luistertips: het werkelijk verbluffend mooie titelnummer en het afsluitende “Mozart”, waarin de stemmen van Harlan en Jones rond het thema reïncarnatie kortstondig iets heel moois samen hebben.

Matt Harlan, Lucky Dice Music

 

ANNA ELIZABETH LAUBE “Tree” (Ahh…Pockets! Records)

(4****)

That’s right, “Tree” en niet “Three”! Het betreft hier immers niet het derde, maar al het vierde album van de Amerikaanse Anna Elizabeth Laube. De dezer dagen vanuit Seattle opererende zingende liedjesschrijfster voegde ondanks om voor ons compleet onduidelijke redenen het tweede deel van haar doopnaam aan haar artiestennaam toe. De Anna Laube uit de titel van haar hier vorig jaar nog de sterren in geprezen derde lijkt daarmee echter definitief tot het verleden te behoren.

Openen doet Laube haar nieuwe album met een supermooie countryvertolking van Bob Dylans “Wallflower”. Eén van slechts twee covers hier zoals later blijken zal. De tweede is een al bij al veel minder voor de hand liggende. Daarbij gaat het immers om een zo mogelijk nog knappere, verstilde ballad-uitvoering van “XO” van R&B-diva Beyoncé. Een waar huzarenstukje!

Voor het overige stoten we op “Tree” enkel nog op Laube-originelen. En ook die mogen er echt zonder uitzondering wezen. Daarbij vrijwel voortdurend agerend ergens tussen Americana, country en folk buigt Laube zich in de resterende zeven liedjes over thema’s als het loslaten van het verleden, een thuis vinden en één worden met de natuur. Heel erg down to earth allemaal. En dat maakt het door de band genomen redelijk gemakkelijk om je als luisteraar met haar materiaal te vereenzelvigen.

Vooral momentjes als de eerder al genoemde covers, het fraaie trage countrywalsje “I Miss You So Much”, het door een honderd jaar oude silver maple in de tuin van haar ouders geïnspireerde titelnummer, de soulvolle sleper “Longshoreman” en het lijzig swingende “Sunny Days” maakten hier vanaf dag één een blijvende indruk.

Prima plaatje weer, mevrouw Laube!

Anna Elizabeth Laube

 

TINSLEY ELLIS “Red Clay Soul” (Heartfixer Music / Sonic Rendezvous)

(4****)

Op “Red Clay Soul”, de opvolger van het zo’n anderhalf jaar geleden verschenen en letterlijk onder de lovende kritieken bedolven “Tough Love”, maakt veteraan Tinsley Ellis er hoegenaamd nergens een geheim van zwaar beïnvloed te zijn door all things Southern soul. En met name de varianten geboren en getogen in Memphis en Muscle Shoals lijken daarbij nadrukkelijk zijn voorkeur te genieten. En dat gegeven gekoppeld aan zijn bij momenten werkelijk zinnenprikkelend knappe gitaarspel beïnvloed door zo ongeveer alle Kings, van B.B. over Albert tot Freddie, levert wat ons betreft één van de allermooiste bluesplaten van 2016 so far op. Hier mag zonder al te veel nadenken een stickertje met “Warm aanbevolen!” op.

Met “All I Think About” vliegt Ellis er meteen stevig in. Mocht er na al die jaren nog iemand twijfelen aan z’n gitaristieke kwaliteiten, dan wordt die hier meteen voor eeuwig en altijd het zwijgen opgelegd. In het zomers catchy “Givin’ You Up”, geschreven en gebracht met Oliver Wood van de Wood Brothers, is het vervolgens meer de zanger Ellis die centraal komt te staan. En ook die slaagt natuurlijk met brio.

Met “Callin’” belanden we nadien in slow blues-territorium alvorens met het ons best wel wat aan de vroege Robert Cray herinnerende “Anything But Go” de blik nadrukkelijk richting Memphis gaat. Vervolgens is er het op ongemeen groovy wijze de schemerzone tussen blues en soul verkennende “Hungry Woman Blues”. Een bescheiden hoogtepuntje is dat. En dat is zeker ook de meteen daaropvolgende shuffle “Circuit Rider”. Veel aanstekelijker worden ze ons inziens immers amper nog gemaakt.

Het bedaard (blues)rockende “Don’t Cut It”, de zalige jazzy sleper “Party Of One”, de ongegeneerd – Bijna op z’n Santana’s! – met een Latin-ritme stoeiende instrumental “Estero Noche” en het zijn verteller voor een verschroeiende keuze plaatsende “The Bottle, The Book Or The Gun” vervolledigen het geheel.

Wij zouden dit zomaar Ellis’ allerbeste plaat tot op heden durven te noemen. U ook?

Tinsley Ellis

 

PHIL BEE’S FREEDOM “Memphis Moon” (Continental Record Services)

(3,5****)

“Memphis Moon” is de titel van de binnenkort te verschijnen tweede cd van Maastrichtenaar Phil Bee en z’n nieuwe band. Als Phil Bee’s Freedom brachten ze zo’n twee jaar geleden ook al “Caught Live” uit, maar dit is hun eigenlijke studiodebuut. Een album waarmee ze hun succes als winnaars van de Dutch Blues Challenge van vorig jaar en dichte ereplaatsen in de European Blues Challenge en de International Blues Challenge in Memphis eerder dit jaar zomaar eens te gelde zouden kunnen gaan maken. “Memphis Moon” is immers een ijzersterk geheel.

Phil Bee (zang), John F. Klaver (gitaar en zang), Berland Rours (gitaar), Pascal Lanslots (toetsen), Arie Verhaar (drums), Carlo van Belleghem (bas) en Tarah Ouwerkerk, Nicole Verouden en Maartje Keijzer (backing vocals) trakteren op hun onder de auspiciën van Peter Bulkens in de Rockstar Studios in Niel opgenomen nieuwe op twaalf songs. Een lekker gevarieerd aanbod bestaande uit negen eigen originals en een drietal met veel zorg gekozen covers van materiaal van anderen. Van het repertoire van Albert King plukte men zo “Down Don’t Bother Me” weg, van dat van Van Morrison stamt een mooie lezing van de Deadric Malone-compositie “Ain’t That Loving You Baby” en bij Eric Clapton (Derek & The Dominos) haalde men “Got To Get Better In A Little While”.

De echte klapstukken van de plaat dienen wat ons betreft echter vooral te worden gezocht tussen de eigen nummers erop. We noemen in dat verband bijvoorbeeld graag de net geen acht minuten lange, onwaarschijnlijk knappe soulvolle sleper “One Last Kiss”, het door de recente doortocht van de band doorheen Memphis geïnspireerde titelnummer, het funky opdondertje “Hold On” en “Sunday Morning”, een verdere gloedvolle ballad op z’n Cockers.

Al bij al een zeer mooi samengaan van elementen uit voornamelijk blues, soul, R&B en jazz. Met als voornaamste trekpleisters naast de ongemeen soulvolle stem van veteraan Bee zelf twee fantastische gitaristen en een toetsenman waarvoor zo menig een andere act een moord zou begaan.

Phil Bee’s Freedom, CRS

 

SOUTH AUSTIN MOONLIGHTERS “Ghost Of A Small Town” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Met “Ghost Of A Small Town”, na een in eigen beheer uitgebrachte live-cd en “Burn & Shine” van twee jaar geleden de ondertussen al derde van de South Austin Moonlighters, garandeert het Duitse Blue Rose Records ons andermaal een bijzonder lekker potje Texas style roots, country & Americana rock. Ruim dertien tracks lang is het ook ditmaal weer volop smullen geblazen van het door z’n fans liefdevol tot S.A.M. omgedoopte collectiefje uit de muziekstad uit z’n naam.

Dertien nummers waaraan met name fans van acts als Little Feat, Los Lobos, de Beat Farmers, John Mellencamp, de Flying Burrito Brothers en aanverwanten zich absoluut geen buil zullen vallen. Afgetrapt wordt er met de bedaarde Americana rocker “A Year Of Decembers”. Vervolgens is er de ons op de één of andere manier een weinig aan good old Bob Seger herinnerende valse trage “Movin’ On”. “I’ll Be Coming Home” betekent in het zog daarvan even lekker funky loos gaan en “(Lyin’ On The Bottom) Mississippi River” is every bit as swampy als je van een nummer met een dergelijke titel verwachten zou. “You, Love And Me”, een co-write met Aaron Beavers van Shurman, is aansluitend daarop een catchy countryrocker met de nodige hitpotentie op z’n Texaans, “Suburban Avenue” een ook al redelijk nadrukkelijk voor een wat groter publiek bestemd lijkende power ballad, “Lookin’ For A Lover” behoorlijk groovy spul à la JJ Grey & Mofro en “Final Line” een hele fijne folk-pop ballad.

Iets van een reggaemotiefje leidt vervolgens het live vaak tot oeverloos jammen uitnodigende “Hold On” in, “She’s So Far Away” is op zijn beurt de bijdrage die de overjaarse rootsrocker in ons vanaf minuut één het meest aansprak, “Fallin’ Down” een kortstondige flirt met wat commerciëlere country, het sfeervolle “Jesus (Make Up My Dying Bed)” de enige cover van het geheel en het afsluitende titelnummer een korte instrumentale rockexercitie.

Al bij al gewoon Americana van het leukere soort.

The South Austin Moonlighters

 

FREAKWATER “Scheherazade” (Bloodshot Records)

(4****)

Tussen 1989 en 1999 schreef het vanuit Louisville, Kentucky actieve alternatieve countrygezelschap Freakwater een aardig stukje genregeschiedenis mee. Het collectief rond de voorheen al van haar bijdragen aan Eleventh Dream Day bekende Janet Beveridge Bean en Catherine Irwin was met zeven albums in die periode alleszins één van de actiefste leerlingen van de klas. En zeker ook één van de invloedrijkste. Sla er “Freakwater”, “Dancing Under Water”, “Feels Like The Third Time”, “Old Paint”, “June 6, 1994”, “Springtime” en “End Time” maar even op na en je zal meteen begrijpen waarom. Het door Beveridge Bean, Irwin en co tussen traditionele country en folk en rock gecreëerde spanningsveld was indertijd eerder ongehoord. Ze klonken als het ware als een vertaling van de Carter Family naar het hier en nu. En dat sprak vanzelfsprekend aan.

In de daaropvolgende jaren werd het vervolgens heel erg stil rond de band. Pas in 2005 zouden ze met het opnieuw meesterlijke “Thinking Of You…” een comeback maken. Maar al gauw was de pret opnieuw uit. Tussen 2006 en 2013 zouden Bean en Irwin zich immers volop gaan focussen op tal van andere projecten. Opnieuw een uitzonderlijk lange komkommertijd voor de fans dus, die uiteindelijk pas dit jaar weer uitzicht kregen op nieuw plaatwerk van hun helden. En dat is er met het bij huis van vertrouwen Bloodshot Records verschenen “Scheherazade” nu ook.

En ontgoochelen doet het allerminst. De twaalf songs erop herinneren een mens er weer eens even aan, waarom hij überhaupt ooit van alt-country is gaan houden. Echt heerlijk is het om te horen hoe de stemmen van Janet Beveridge Bean en Catherine Ann Irwin elkaar daarin net niet voor de voeten lopend nog steeds wonderwel aanvullen. Zoals dat indertijd inderdaad ook bij de Carters het geval was. Waar de groep Freakwater wat ons betreft ook na al die jaren echter nog steeds het meest door opvalt is haar songgoed. Haar country- en folkhybriden met een rocktwist blijven tot nader order echt ongeëvenaard.

Enkele van de sterkste momenten van “Scheherazade” vonden wij persoonlijk het alternatieve Emmylou-eske walsje “Number One With A Bullet”, het dromerige “Ghost Song” en een werkelijk sublieme cover van “Missionfield” van Drunken Prayer.

Nummers als deze doen je zelfs als nuchtere Vlaming nu al met hangende pootjes uitkijken naar de optredens die Freakwater binnenkort in Nederland zal komen verzorgen. Een uitje naar Amsterdam (maandag 3 oktober, Paradiso @ Bitterzoet), Nijmegen (dinsdag 4 oktober, Doornroosje @ Merleyn), Groningen (woensdag 5 oktober, Vera), Den Haag (donderdag 6 oktober, Paard van Troje) of Utrecht (zaterdag 22 oktober, Ramblin’ Roots Festival) dringt zich nadrukkelijk op.

Freakwater lives!

Freakwater

 

WILLIAM HARRIES GRAHAM “Foreign Fields” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Zoon van zijn vader William Harries Graham treedt met “Foreign Fields” al op redelijk jonge leeftijd in de voetsporen van zijn bekende pa. Bepaald goed heeft het er nochtans geruime tijd niet uitgezien voor de trots van Texaans icoon Jon Dee. Een verlammende botziekte leek een normaal leven immers lang te zullen uitsluiten. Maar als je dan zoveel vrienden hebt als zijn ouwe dan kan dat op zo’n moment onverhoopt tot een bepalende factor uitgroeien. Benefietconcert na benefietconcert zorgde ervoor dat er uiteindelijk voldoende financiële middelen vrijkwamen om Willie succesvol te behandelen. En daar profiteren we nu met z’n allen lekker mee van.

Op z’n door Mark Addison geproduceerde debuut wijst de jonge Graham er ons immers elf nummers lang op wel degelijk al uit het goede singer-songwriterhout gesneden te zijn. “Foreign Fields” sluit al bij al eigenlijk redelijk goed aan bij wat zijn vader ooit nog deed bij de True Believers. Iets wat door een bijzonder knappe cover van hun “She’s Got” alleen nog maar meer wordt geaccentueerd. Jon Dee Graham en Alejandro Escovedo als voorbeelden dus. Maar zeker ook de betreurde Kurt Cobain, wiens geest hier ook door zo menig een nummer rondwaart. Soms wat meer roots, meestal wat meer (indie)rock, da’s in een notendop samengevat de ook op de elektrische gitaar al een aardig eindje uit de voeten komende WHG.

Iets zegt ons, dat we van deze goedogende knaap in de nabije toekomst nog heel erg veel zullen gaan horen. Als zijn gezondheid dat blijft toelaten tenminste. Laat het ons met z’n allen hopen…

William Harries Graham

 

CLAIRE LYNCH “North By South” (Compass Records)

(4,5*****)

“North By South”, het nieuwe album van bluegrasscoryfee Claire Lynch, is er eentje met een hoogst aparte ontstaansgeschiedenis. Het begon eigenlijk allemaal met een mailtje van een Canadese muziekfan enkele jaren geleden. Die vroeg zich af, of hij er Lynch niet kon in interesseren om op te treden in zijn thuisland. En van het één kwam zoals wel vaker het ander. Na wat heen en weer mailen raakte Lynch volledig in de ban van Canada en zijn rootsmuziekgemeenschap en waagde ze het erop. Ze trad op in Toronto. Maar belangrijker nog: ze viel er als een blok voor haar pen pal. En ondertussen zijn de twee gewoon een gehuwd stel.

En de interesse van Lynch voor Canada werd er daardoor natuurlijk niet minder op. Vandaar nu “North By South”. Het Noorden door het Zuiden. Een fraaie verzameling liedjes van Canadese songwriters vertolkt door Lynch en Amerikaanse kompanen als Jerry Douglas, Kenny Malone, Alison Brown, Béla Fleck, Stuart Duncan, David Grier, Bryan McDowell, Mark Schatz, Matt Wingate, Jarrod Walker en anderen.

Een eerste blik noordwaarts bracht haar bij de fraaie ballad “Cold Hearted Wind” van Ron Sexsmith. Vervolgens is er het daar heel mooi bij aansluitende “Molly May” van J.P. en Gervais Cormier met een fijne accordeonbijdrage van Jeff Taylor als bijzonder aangenaam surplus. Met het speelse “Kingdom Come” belanden we meteen daarna in de muzikale achtertuin van Christopher Rudolf “Old Man” Luedecke. Wat ons betreft het eerste echte hoogtepuntje van “North By South”. En dat wordt meteen gevolgd door een tweede. Misschien wel het allermooiste nummer van het geheel is de heerlijk bedaarde Lynch-lezing van Willie P. Bennetts “Andrew’s Waltz”.

In het zog daarvan springen we dan aan boord van David Francey’s “Empty Train” om vervolgens ook nog de haltes “Gone Again” (Cris Cuddy), “Black Flowers” (Lynn Miles), “It’s Worth Believin’” (Gordon Lightfoot) en “All The Diamonds In The World” (Bruce Cockburn) aan te doen. En dan sloegen we één nummer bewust even over. We hebben het dan over het door Lynch zelf gepende en op de keper beschouwd nog net wat liefdevoller dan al de rest hier gebrachte “Milo”. Maar daarin gaat het dan ook over haar kersverse wederhelft.

Een als u het ons vraagt uitermate geslaagd huwelijk tussen twee werelden.

Claire Lynch

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home