Story

 

Kelly Pardekooper   The Mickeys   The Blasters

Ted Roddy   FortyTwenty  Don DiLego   Jennie Stearns

Kelly Kessler & The Wichita Shut-Ins featuring Lawrence Peters

 

Kelly Pardekooper

 

 

De naam Kelly Pardekooper deed bij ons niet meteen een belletje rinkelen toen we nu toch ook al weer enige tijd geleden voor ‘t eerst de cd “House Of Mud” onder ogen kregen. Eigenlijk was het zelfs zo, dat we eerder nieuwsgierig gemaakt werden door de naam van de co-producer, ene zekere Teddy Morgan… Die kenden we immers wel! En hij nam bovendien niet enkel de productie mee voor zijn rekening, zijn gitaar mocht ook van stal. Reden genoeg dus om Pardekooper alvast een kans te gunnen. En daar hebben we nu, zoveel maanden later, nog altijd geen seconde spijt van. Pardekooper blijkt immers één van die singer-songwriters te zijn, die je niet echt makkelijk omschrijven of plaatsen kan, maar die wél beklijvende platen afleveren. Een beetje donker, maar tegelijk zeer intrigerend van sfeer. We vroegen de man zelf om een adequate beschrijving van zijn muziek. “Noem het maar Twang-n-Bang Fringe Country Blues,” luidde het laconieke antwoord. Het zegt tegelijk heel veel en heel weinig over wat we nu precies van zijn werk moeten verwachten. Maar misschien is dat wel net de bedoeling ook. Luisteren is immers de boodschap! Wat zijn invloeden betreft hoeft Pardekooper niet echt lang na te denken. “Dat zijn er heel wat! Van Neil Young tot Creedence Clearwater Revival, van Nirvana tot Hank Williams, van Greg Brown tot Dave Alvin en Alejandro Escovedo. Dat schetst denk ik mijn smaak wel zo ongeveer!”

Pardekooper liet ons terloops ook weten erg tevreden te zijn over wat er de jongste maanden allemaal met “House Of Mud” gebeurde. “Je maakt een plaat en je hoopt er artistiek mee te groeien. En ik denk wel, dat ik mag zeggen, dat dat ook gebeurd is. Ik kom beetje bij beetje dichter bij wat ik in mijn hoofd hoor. Daarnaast werden commercieel gezien mijn stoutste verwachtingen al lang overtroffen. Eerst was er het heuglijke feit, dat het Duitse label Trocadero mijn plaat oppikte. En dan kwam daar nog eens bij, dat Sonic Rendezvous ze over heel Europa ging verdelen. Wat kan een mens zich nog meer wensen?”

Nu hadden wij nog wel een wens. Wij willen namelijk altijd graag van artiesten zelf vernemen, wat ze nu eigenlijk de beste nummers van hun plaat vinden. En waarom dat zo is uiteraard. “Ik heb het zelf nogal voor “Hayseed Girl”. Waarschijnlijk omwille van zijn weelderige geluid en zijn zware akkoorden.” Toeval of niet, maar dat is nu net ook één van onze persoonlijke favorieten…

 

Kelly Pardekooper treedt op zaterdag 4 oktober aan op het Take Root Festival in Assen. Voor andere optredens in dezelfde periode verwijzen we naar ’s mans webstek.

www.kellyp.net

 

 

 

The Mickeys

 

 

Identieke tweelingen, de schrik van iedereen die wel eens iets met namen noemen te maken heeft… Maar in de muziek oogt het wel mooi! Echt als een verrassing komt het dan ook niet dat The Mickeys nogal wat aandacht genieten in de Amerikaanse muziekpers. Een leuke story lijkt immers voor de hand liggend. Maar er is wel degelijk meer aan de hand. Deze twee schoonheden blijken immers echte nachtegaaltjes te zijn, die met hun harmonieën zo ongeveer hetzelfde effect op een mens hebben als een heet mes op een pakje goede boter. En bovendien schrijven ze alleraardigste songs. Reden genoeg voor ons om hen met een aantal vragen te confronteren.

Op de vraag wie ze nu eigenlijk zijn antwoordt Amy, dat ze 27 jaar oude identieke tweelingzussen zijn die opgroeiden in een klein stadje in het noorden van Michigan. Héél gewone mensen… En vooral de beste vrienden van elkaar. Voor Julie reserveerden we de in dit geval misschien wel moeilijkste vraag om hun muziek eens voor ons te beschrijven. “Tja, het is eigenlijk een mengelmoes van diverse stijlen. Men beschouwt ons als een soort van kruisbestuiving tussen folk, country, pop en bluegrass. Wij trachten ons aan géén van die genres echt aan te passen… we schrijven en spelen gewoon wat ons het beste lijkt.” Of vragen naar invloeden dan overbodig wordt, wilden we weten…

“Ja en nee,” antwoordt op haar beurt Amy. “Julie en ik beschouwen onze familie als onze grootste inspiratiebron. Zowel muzikaal gezien als op andere vlakken. Mijn vader is priester in een kerk waar voor het maken van de muziek helemaal geen instrumenten worden gebruikt. Het was daar dat we al op heel jonge leeftijd leerden harmoniëren. Logisch dan ook, dat we nu die harmonieën een beetje als ons handelsmerk beschouwen. En dan was er ook nog onze grootvader – die speelde banjo in een band waarmee hij optrad voor een publiek van al wat oudere mensen, The Singing Grandpas. Hij was echt een fantastisch iemand en we lieten dan ook geen gelegenheid onbenut om samen met The Singing Grandpas aan te treden. Op die manier heeft muziek van jongs af aan altijd deel uitgemaakt van ons leven.”

Aan vijf van de tien songs schreven ze zelf mee. We nodigden hen daarom uit die nummers even toe te lichten. Amy heeft het eerst over “All I Ever Wanted Was You”: “Dat nummer gaat over het gevoel dat mensen ervaren bij een geheime verliefdheid. Het zich van alles afvragen, het hopen, het willen weten of de ander dezelfde intensiteit in de lucht voelt als jij.” Julie vertelt ons op haar beurt, dat “Still Haunts Me” over de behoefte tot omkijken na een verlies gaat. “Schuld, verlies en nog niet betuigde liefde lopen als een rode draad doorheen dat nummer.” “Smoke & Mirrors”, zegt Amy, “gaat dan weer over de gevoelens van woede en ontgoocheling die elkaar aan een razend tempo afwisselen als je erachter komt, dat iemand van wie je houdt niet is voor wie hij zich altijd heeft uitgegeven.” “En “Before You’re Home” vertelt het verhaal van een weduwe die haar dagen bij het raam slijt terwijl ze zich weigert neer te leggen bij het verlies van haar man jaren eerder tijdens de oorlog. Ze blijft er tegen beter weten in op hopen, dat hij vroeg of laat toch nog zal terugkeren,” weet Julie. “En dan is er tenslotte nog “My Way Again”,” neemt Amy weer over, “dat nummer gaat over de ontevredenheid over het eigen bestaan, over het dromen van een rooskleurige toekomst op een andere plaats met een nieuwe liefde. Het stelt de vraag, wanneer alles nu eens eindelijk keurig op zijn pootjes terecht zal komen.”

Het viel ons op, dat zowel in country- als in Americanakringen overwegend positief werd gereageerd op de Mickeys. We vroegen hen dan ook, in welk van deze twee formats ze ‘t zelf graag ver zouden schoppen. Countrysterren worden of toch maar liever gerespecteerde (maar wel minder gegoede) Americana-artiesten? Amy beantwoordt die vraag als een volleerde diplomate: “Ach! Eigenlijk willen we gewoon zoveel mogelijk luisteraars bereiken. En als je dan op louter cijfermateriaal zou afgaan, zou je moeten kiezen voor country. Maar Julie en ik hebben het eigenlijk niet zo begrepen op die hokjesgeest… Country, Americana, pop, wat maakt het eigenlijk allemaal uit… We willen enkel dat mensen genieten van wat we doen.”

Eén laatste vraagje dan nog vlug om af te ronden. Hoe zien ze hun nabije toekomst? “Héél véél optreden en de wereld veroveren,” lacht Julie. En wij lachen mee…

http://www.themickeys.net

 

 

 

The Blasters!

 

 

The Blasters worden algemeen beschouwd als de meest invloedrijke groep die het Americana-marktsegment tijdens de jaren ’80 bevolkte. Met albums als “American Music” (oorspronkelijk uit ’80, maar in ’97 in een afgestofte en met 6 tracks uitgebreide versie heruitgebracht door HighTone), “The Blasters”, “Over There: Live At The Venue, London”, “Non Fiction” en “Hard Line” (sinds vorig jaar eindelijk allemaal op cd verkrijgbaar in de schitterende Rhino-verzameling “Testament”) en een uitermate dynamische live act bouwden de broers Alvin en hun gevolg aan een reputatie die haar gelijke niet kende. Ondanks relatief beperkt commercieel succes groeiden de Blasters uit tot een rolmodel voor heel wat groepen. Dave’s spetterende gitaarspel en fantastische songs als “Hollywood Bed”, “Long White Cadillac”, “Border Radio”, “Marie Marie” en “Fourth Of July” en Phils wel bijzonder performante stem bleken en blijken nog steeds een winnende combinatie.

 

Maar zoals dat in de beste families wel eens gebeurt, raakten ook de broertjes Alvin een weinig op elkaar uitgekeken. De meningsverschillen bleken uiteindelijk zelfs zo groot, dat Dave de band verliet. Hij werkte met John Doe en Exene Cervenka aan het ondertussen legendarische Knitters-album “Poor Little Critter On The Road” om vervolgens ook als gitarist tot hun band X toe te treden. En zonder zijn inbreng haalden de Blasters nooit meer echt hun oude niveau. Aan het eind van de jaren ’80 plaatste Phil de band dan ook op non-actief. Met de Dirty Dozen Brass Band en Sun Ra leverde hij in ’86 het solo-album “Un Sung stories” af, alvorens hij op jacht ging naar een Ph. D. in de mathematica.

 

Begin jaren ’90 trachtte hij nog wel de Blasters nieuw leven in te blazen, maar van de oorspronkelijke bezetting bleef toen niet veel meer over. Naast Phil Alvin zelf bleef enkel bassist John Bazz aan boord van het alsmaar dieper zinkende schip. Heel wat gitaristen werden versleten, onder wie de extreem getalenteerde James Intveld, maar het mocht allemaal niet baten. Zonder Dave Alvin zouden de Blasters nooit meer hetzelfde zijn. Punt uit!

 

Het nieuwe millennium zou echter soelaas brengen. Dave en Phil streken alle plooien glad en de Blasters konden in hun originele bezetting, zij het uiteraard zonder de ondertussen overleden Lee Allen, weer de hort op. Tot groot jolijt van iedereen die ooit met hun muziek had kennisgemaakt!

 

 

“Good evening, ladies and gentlemen, we’re the Blasters… Or some incarnation thereof,” zo begroette Phil Alvin in het voorjaar van 2002 na een lange afwezigheid de getrouwen die het House Of Blues in Los Angeles aandeden voor een overdosis roots rock de luxe. En vanaf dan was het alsof de tijd al die jaren gewoon was blijven stilstaan. Phil uitstekend bij stem, Dave in bloedvorm op de gitaar en dan die ondertussen klassieke songs natuurlijk! Via de flamboyante opener “Red Rose” en een al even bruisende versie van “Trouble Bound” ging het in sneltreinvaart naar een eerste bescheiden hoogtepuntje van de avond met het op een pompende baslijn van John Bazz en vinnig pianospel van Gene Taylor beter dan ooit klinkende “Long white Cadillac”. Lekker bluesy uit de bol gaan vervolgens met “Cryin’ For My Baby”, samen met “I’m Shakin’”, “Too Tired”, “I Wish You Would”, “Sadie’s Back In Town” en de Leiber-Stoller compositie “One Bad Stud” één van de zes in de set binnengeslopen nummers waaronder niet de naam van Dave Alvin prijkt. Voor ’t overige passeerden ze ook echt wel allemaal de revue, de absolute prijsbeesten uit de rijkgevulde catalogus van de Blasters: van het van de soundtrack van “Streets Of Fire” bekende “Blue Shadows” over “Hollywood Bed” tot het formidabele vijftal aan het slot van de avond – “Dark Night”, “So Long Baby Goodbye”, “American Music”, “One Bad Stud” en “Marie Marie”. Een fantastisch uiteindje aan een heerlijke avond gekruid met opzwepende rock & roll, r & b en blues, zeg maar “American music”. En hopelijk de aanloop naar tal van nieuwe Blasters-platen! We hebben er lang genoeg op moeten wachten…

 

www.theblastersnewsletter.com

www.davealvin.com

www.hightone.com

www.sonic.nl

 

 

 

Ted Roddy over Channelin’ E

 

 

Ted Roddy heeft ons de voorbije jaren een aantal keren zeer aardig verrast met zijn pure country aanpak. In zijn eentje met “Full Circle” bijvoorbeeld. Of met The Tearjoint Troubadours met “Tear Time”. Nu is er “Channelin’ E”, zijn nieuwe project met The King Conjure Orchestra en The King Conjure Kombo.

Wij laten de man er hier zelf even over aan het woord.

“Channelin’ E: In The Spirit Of The Memphis King” is eigenlijk een spin-off van mijn tweemaal per jaar in de Continental Club in Austin plaatsvindende Elvis tribute shows. (In januari en in augustus meer bepald!) Ik doe deze shows al meer dan 15 jaar lang en omdat er zo ongelooflijk veel vraag naar bleek hebben we uiteindelijk besloten om de band ook eens op te nemen. Met dat grote verschil dat we nu niet de echte Elvis-songs gedaan hebben, die we normalerwijze in de show brengen. We zijn een stapje verder gegaan en hebben enkel songs ingespeeld die Elvis niet heeft opgenomen, maar waarvan de makers wel heel erg door hem geïnspireerd werden, circa American Studio Recordings zeg maar (late sixties, vroege seventies). Dat gebeurde met een 13 man sterke band, compleet met blazers, zanger, enzovoort. Als speciale gaste is trouwens ook Cindy Cashdollar van de partij op dobro.”

“Het ging om een concept waar we eigenlijk al een poosje mee rondliepen. Dit zijn songs van artiesten waarvan Elvis daadwerkelijk ooit materiaal gecoverd heeft, zoals Bob Dylan, Dallas Frazier, Doodle Owens, Mickey Newbury, Thomas A. Dorsey, Burt Bacharach, en van anderen zoals Tom T. Hall, Bobbie Gentry, Dan Penn, Spooner Oldham en zo. Een bonte mix van soulvolle country, pop, soul, rock & roll en gospel. Het merendeel van de songs vond ik gewoon in mijn eigen persoonlijke platencollectie thuis. Nummers die me op de één of andere manier geraakt hebben en die, voor mij althans, een spirituele connectie met de Elvis sound hebben. We coverden bijvoorbeeld Otis Williams & The Midnight Cowboys’ versie van Tom T. Halls “That’s How I Got To Memphis”. En Travis Wammack inspireerde de versie van “You’ve Got Your Troubles”. “Home In My Hand” van Dallas Frazier / Ronnie Self had ik altijd al willen doen. En dan is er nog de Dallas Frazier / Doodle Owens song “Builder Of Your Dreams”, toevallig op een demo teruggevonden door de zoon van Doodle. Dat nummer is hier voor het eerst commercieel verkrijgbaar. Het werd geschreven voor en ook aangeboden aan Elvis, maar hij nam het nooit op. En dan doen we ook nog twee Dan Penn-songs, “Nobody’s Fool” en “A Woman Left Lonely”.”

“Een normale Ted Roddy-plaat is dit dan ook niet. Hier draaide alles eigenlijk om plezier maken en het bewijs ervan leveren, hoe cool deze band wel is. Je moet me dan ook niet vragen om hier favorieten op aan te wijzen. You can take a bite here and there, but enjoying the whole enchilada, as they say, is best!”

 

http://home.austin.rr.com/tedroddy/

 

 

 

FortyTwenty, Lowdown and Dirty…

 

 

Eén van de bandjes in Alt. Country Land waar wij van Ctrl. Alt. Country voor de volgende weken, maanden, jaren enorm veel van verwachten is het uit Lincoln, Nebraska afkomstige FortyTwenty. De heren staan garant voor een pot weergaloze alt. country, al prefereren ze zelf bij monde van zanger David Wilson eerder de termen “old-time” of “roots” country. Ondanks tal van zeer uiteenlopende invloeden zijn ze dan ook zonder uitzondering allemaal in de ban van Hank Williams, Willie Nelson, Waylon Jennings, Merle Haggard, Johnny Cash en Buck Owens. Een kwestie van je klassiekers te kennen, zoveel is duidelijk! “Voeg daar nog maar aan toe”, laat Wilson weten, “dat ik nog nooit een plaat ben tegengekomen van iemand met de naam Hank, waar ik niet van hield…”

FortyTwenty staat aan de vooravond van een eerste zeer belangrijke carrièrezet. Op 1 april aanstaande (géén mop, nee) verschijnt namelijk hun debuutcd “Lowdown and Dirty”. Het album zal 10 nummers bevatten, waarvan David Wilson en zijn bassende collega Lern Tilton er elk vijf voor hun rekening namen.

“Ik schreef de even genummerde tracks, Lern de oneven genummerde”, zegt Wilson, “en dat werkt, want het zorgt voor een zekere mate van diversiteit. Onze stijlen zijn namelijk nogal verschillend. Lern heeft het meer voor wat vlottere drinkliederen, terwijl ik zelf eerder voor laid back ga en over het leven in al zijn facetten zing. Een goeie mix, als je het mij vraagt!”

Nummers waar je zeker rekening mee zal moeten gaan houden in de nabije toekomst zijn de wervelwind “The Wagon”, het rock-a-billy getinte “Drink About Her” (heerlijke titel!), het zalige walsje “Cowboys and Hippies” en de klassieke country van “Honky-Tonk Me”. Een bezoekje aan de website van de heren belooft alvast heel veel goeds - je vindt er bij wijze van voorsmaakje enkele formidabele demo-opnames.

 

http://www.fortytwenty.com/

 

 

 

Don DiLego – Thumbs up!

 

 

 

Kan je werkelijk twee kanten mee uit, met onze kop voor dit stukje! Don DiLego’s debuut “The Lonestar Hitchhiker Volume One” was op zich natuurlijk al een plaat die een dikke, vette duim verdiende. Anderzijds was er het centrale thema van het geheel, om de zo verafschuwde term concept niet in de mond te nemen… Don lichtte zelf even toe voor Ctrl. Alt. Country!

“Het verhaal achter de plaat kan je in grote lijnen als volgt beschrijven. Op een dag ontmoette ik in de New Yorkse metro een dakloze. Zo’n 80-something die zo leek te zijn weggelopen uit iets van Kerouac, weet je wel. Zijn verhaal heeft me heel erg bewogen. Het was tegelijk heel realistisch, heel diepzinnig en intriest. Ik was in die mate onder de indruk ervan, dat ik de dag nadat ik mijn platendeal voor het album afgesloten had vertrokken ben en gedurende vijf maanden rondgereisd heb als een bezetene. In die periode schreef ik alle nummers voor “The Lonestar Hitchhiker”, me daarbij deels baserend op het verhaal van de oude man, en deels ook op mijn eigen ervaringen. Al bij al bleek dat een heel louterende ervaring!”

“Hij noemde zich The Lonestar Hitchhiker Of The United States, en ik besloot om mijn plaat op te dragen aan zijn leven en het erbij horende verhaal. Uiteindelijk is het een heel erg persoonlijk project voor me geworden. Noem het gerust een conceptalbum, hoor! Het heeft me gedurende een lange periode helemaal opgeslorpt, dat zeker!”

Wij waren zwaar onder de indruk van “Nicotine Prom Queen”. En dat leek DiLego wel te appreciëren…

“Zelf ben ik ook ongelooflijk trots op dat nummer. Ik houd van het album als geheel, heel zeker weten, maar “Nicotine Prom Queen” is echt wel de uitschieter. Ik ben er fier over, dat nummer geschreven te hebben. En telkens als de songschrijverij me wat gaat tegenzitten, dan volstaat het om er even aan te denken om te beseffen, dat ik best een goeie song kan schrijven. Er zijn er trouwens nog wel een paar die ik niet moe lijk te raken: “The Vegas Man” bijvoorbeeld, of “Border Song”, “Texas Motel” ook…

Misschien zullen we binnenkort kunnen genieten van Don DiLego op Europese podia. Hij zou heel graag inspelen op de erkenning die hem van hieruit te beurt valt en vindt het tegelijk ook heel erg belangrijk om wat tegengewicht te bieden aan de recente wereldgebeurtenissen op politiek vlak. “Al dat gedoe over die waanzinnige oorlog! Ik denk, dat het van levensbelang is om ideeën te blijven uitwisselen met elkaar en het de politici niet toe te staan om de goodwill tussen en het gezond verstand van de rest van ons ook te laten ruïneren…”

 

http://www.dondilego.com/sys-tmpl/welcome/

 

 

 

Jennie Stearns zingt over verlangen…

 

 

Jennie Stearns heeft met haar derde cd “Sing Desire” een werkelijk beklijvende plaat afgeleverd barstensvol dromerige folk pop. Een album waarvan ze zelf hoopt, dat het een blijvertje zal blijken. Ze droomt dan ook van een carrière als een Neil Young, een Rickie Lee Jones, een Tom Waits, een Elvis Costello, een Jane Siberry of de Carter Family. Duurzaamheid dus ook als kenmerk bij haar grote inspiratiebronnen. “Als “Sing Desire” het soort plaat zou blijken dat hier en daar wat nieuwe deuren opent,” meent ze schuchter, “dan zou dat mij al heel erg tevreden stemmen.”

 

Bescheidenheid is hier nochtans niet op z’n plaats! De songs die allemaal binnen een zeer kort tijdsbestek werden neergepend vormen wellicht juist daardoor een bijzonder coherent geheel. En die cohesie spreekt ook Stearns zelf wel aan. “Ik heb de cd samen met een oude vriend van me, Chad Crumm, geproduceerd. Enkel voor “Bittersweet” hebben we een beroep gedaan op Billy Cote (Madder Rose). Chad en ik hebben de songs aanvankelijk behandeld als een soort skeletten, waar je echt alle kanten mee uit kon. Beetje voor beetje hebben we ze van daar uit opgebouwd. Ik heb er echt enorm van genoten om zo voor elke song een eigen landschap te creëren, daarbij wel goed erop lettend de inhoud in de loop van het proces niet uit het oog te verliezen!” “You Save Me” was de eerste song die op die manier ontstond. “Dat nummer is wat ik en Chad graag onze auditie noemen. Als het goed zou gaan, dan was onze samenwerking beklonken. Viel het tegen, nou ja dan…”  Maar het werd dus uiteindelijk het nummer dat er de aanleiding toe vormde de hele plaat samen te produceren. Ook “Season of Dreams” heeft zo z’n eigen verhaal. Jennie nam het nummer op samen met Will Watson van The Old Crow Medicine Show. (Beluister bij gelegenheid ook eens hun cd “Eutaw”, prima stuff!) “Season of Dreams” rolde er zo gemakkelijk uit, dat het iets beangstigends had. Maar ik houd heel erg van dat nummer en ik vond het geweldig dat Will voorbijkwam en er zulke duizelingwekkende harmonieën in zong. Weet je, de eerste keer dat ik hem hoorde zingen, was hij amper 15 jaar en toen al stond ik verstomd van zijn stem. Nu, ik ben lang niet de enige die er van onder de indruk is, hoor. Zijn volgende plaat zal worden geproduceerd door David Rawlings en Gillian Welch, dat zegt, denk ik, wel genoeg!” Naast Will Watson deed ook Johnny Dowd zijn duit in het zakje. “Ja, hij nam het gitaarwerk voor zijn rekening in “Season of Dreams”. En terwijl hij toch in de studio was, heeft hij me ook maar één van zijn nummers doorgespeeld, “Garden of Delight”, een machtige song om je tanden in te zetten!” Ook “Bittersweet” noemt ze als één van haar favorieten. Al blijft al bij al de gedachte aan het opnameproces als een soort aangename waas over het geheel van de songs achter. “Een ritje met de rollercoaster ,” noemt ze het, “maar dan wel één dat de prijs van het entreekaartje meer dan waard was…” En dat kunnen wij alleen maar volmondig beamen.

 

Als je van de zomer toevallig in Noord-Europa zou verkeren, dan kan je er Jennie Stearns aan het werk zien op het Granna festival in Zweden, in augustus vindt dat plaats. Verder zegt ze momenteel druk doende te zijn met het uitstippelen van een Europese tournee, die nog ergens tijdens het eerstkomende halve jaar zal plaatshebben. De kans is dus vrij groot, dat je Jennie Stearns binnenkort ook op podia in de Lage Landen zal kunnen aantreffen.

 

http://www.jenniestearns.com/

 

 

 

Kelly Kessler & The Wichita Shut-Ins Featuring Lawrence Peters

 

Voor onze eerste story richten we de schijnwerpers op Kelly Kessler en kompanen. Twee nieuwe albums circuleren er al een tijdje van dit gezelschap en ze hebben hun effect niet gemist, want Kessler begint zo langzamerhand de aandacht te krijgen die ze verdient met haar, wat ze zelf noemt, real country. En Kessler staat inderdaad voor de real deal, dat bewees ze in het verleden ook al bij de Texas Rubies. Met die groep stond ze mee op de eerste rij toen vanuit Chicago de country revival een fikse injectie kreeg toegediend. Getuige daarvan haar aanwezigheid op de allereerste Bloodshot compilatie, “For A Life Of Sin”.

 

De groep bestaat verder uit Lawrence Peters, die met z’n honingzoete bariton alles aankan van bluegrass in Ralph Stanley-stijl tot de crooners van Ray Price. De vergaan geachte gloriedagen van het countrygenre zijn nooit ver weg als de man zijn stem verheft! Hij heeft zijn roots dan ook in dezelfde Kansas muziekscene, die ons in het verleden al BR549 en Split Lip Rayfield opleverde. The Wichita Shut-Ins worden gecompleteerd met Robbie Lynn Hunsinger (Miyumi Project) en Evelyn Weston (Bric A Brac).

 

Als je het met haar over “The Salt Of Your Skin”, haar solo-album, en de “Life Of Regret” e.p. mét de groep hebt, dan valt steeds weer tussen de regels door te lezen, dat ze haar eigen niche zoekt in het huidige countrywereldje. Ze zegt ervan uit te gaan, dat zij haar muziek altijd heeft laten verder evolueren zonder het countrypad te verlaten, daar waar wat dezer dagen uit Nashville komt en nog altijd country wordt genoemd eigenlijk steeds meer naar pop rock neigt.

 

Ze praat honderduit over haar familie als muzikale inspiratiebron: iedereen zong en iedereen speelde en da’s waar het in de muziek allemaal om draait. Muziek is iets dat je maakt, niet iets waar je enkel en alleen het één of andere knopje hoeft voor in te drukken! Helden heeft ze anders genoeg. Tammy Wynette omwille van haar geweldige zang. Hazel en Alice Dickens en de Stanley Brothers voor hun fantastische harmonieën. Doc Watson omdat hij er als geen ander in slaagde het beste uit een gitaar te halen. Harlan Howard en Hank Williams voor hun geweldige songs. The Wallin Family uit Sodom-On-Laurel in North Carolina omdat ze eenzaamheid gedefinieerd hebben. Emmylou Harris ook, als licht in duistere tijden. Bill Monroe, Thelonious Monk en haar broer (avant-gardebassist) Kent Kessler: omdat ze hun visie altijd zijn trouw gebleven. Überhaupt alle muzikanten en songwriters die nieuwe deuren blijven open duwen en puur uit liefde voor hun muziek aan de slag blijven, ondanks alle rotzooi die ze je tegenwoordig in de strot proberen te rammen.

 

Zelf heeft ze zich drie doelen gesteld. Haar muziek moet eerst en vooral goed klinken – een helder klinkende gitaar of warme pakkende vocalen bijvoorbeeld- zodat je oren het gevoel hebben een goede bourbon te drinken! Daarnaast hoopt ze met haar arrangementen de nummers als het ware van de plaat te laten springen recht naar het hart van de luisteraar. Ten slotte hecht ze er zeer veel belang aan platen te maken die anders klinken dan de rest. Ze hoopt bij haar luisteraars een zo persoonlijk mogelijke snaar te kunnen bespelen, die uiteindelijk toch weer zal klinken als iets universeels, zodat ze al zingend zullen zeggen: “Dat is het nu zie, nagel op de kop!” Hoe meer ze dat kan bereiken bij haar publiek, hoe gelukkiger ze als artieste verder zal werken.

 

Kessler schrijft vrijwel al haar songs vanuit haar eigen ervaringswereld. Er zijn er die ontstaan na het lezen van een goed boek, er borrelen er ook wel eens op na het spelen van een partijtje solitaire. ’t Is bijna zoals overvallen worden door een verkoudheid. Nieuwe songs komen gewoon vanzelf. Ze tracht gewoon woorden op papier te krijgen die eerlijk klinken als ze ze zingt. Ze gaat daarbij voor een heel erg strakke vorm. De hele song moet als het ware op één moment plaatshebben!

 

Kelly houdt heel erg van de hardcore country songs op haar platen zoals “Damn You” en “Life Of Regret” (ook één van onze favorieten!) – ze zegt er behoorlijk fier over te zijn, dat ze nummers heeft geschreven die zo goed met bier samengaan… “Back He Flew” vindt ze zelf ook héél erg goed, omdat ze er een erg, erg oude sound aan hebben kunnen meegeven. “Landfill” vindt ze groots, terwijl “You Are My Sunshine” weer net héél klein overkomt… En wat “Eastlake” betreft, dat vindt ze klinken alsof het elk moment van de plaat af zou kunnen schieten.

 

Voor wie net als ons en Kelly Kessler van country op z’n puurst houdt heeft Kessler aan het eind van ons gesprek zeer goed nieuws. Er wordt immers momenteel druk werk gemaakt van een Europese tournee. Ze stelt optredens in het vooruitzicht in Engeland, België, Nederland, Frankrijk, Duitsland en mogelijkerwijze ook de Scandinavische landen. Geïnteresseerde organisatoren zijn bij dezen gewaarschuwd! Een buitenkansje om dit raspaardje binnen te halen ligt voor het grijpen!

 

http://www.kellykessler.com/